Agromyza ferruginosa van der Wulp, 1971

Diptera, Agromyzidae

Symphytum officinale, Nieuwkerk NB

153

Symphytum officinale, Nieuwkerk NB

Symphytum officinale, Amstelveen, Schinkelbos: ovipositie

17425_1

Symphytum officinale, Amstelveen, Schinkelbos: oviposition

mijn Het wijfje legt een dozijn eieren in een boogje aan de onderzijde van een blad. De larven die er uit komen vreten zich in een front naar voren, zodat er geen individuele begingangen te zien zijn. Na de eerste vervelling gaan ze elk aan het werk in een zeer grote gemeenschappelijke donkerbruine blaasmijn, met duidelijke secundaire vraatlijnen.

mine A dozen eggs are deposited in a semicircle at the leaf underside. After hatching the larvae eat themselves a communual corridor. After the first moult they begin the making of a very large, dark brown communal blotch, with conspicuous secondary feeding lines.

waardplanten: Boraginaceae, oligofaag

hostplants: Boraginaceae, oligophagous

Pulmonaria officinalis; Symphytum asperum, officinale.

fenologie Larven tussen mei en november in twee generaties (Hering, 1957a).

phenology Larvae between May and November in two generations (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenommen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE waargenomen (van der Wulp, 1871a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE recorded (van der Wulp, 1871a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Engeland tot Italië. en van Litouwen tot Frankrijk (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From the UK to Italy, and from Lithuania to France (Fauna Europaea, 2007).

opmerkingen De mijnen zijn lastig te onderscheiden van die van de veel talrijker A. abiens. Bij die soort worden de eieren echter individueel gelegd, hoewel vaak in een aantal op een blad; de jonge larven maken een nauw gangetje, om pas na de eerste vervelling over te gaan op de vorming van een blaasmijn. Ook al versmelten de verschillende blaasmijnen van abiens uiteindelijk vaak tot één geheel, dan zijn meestal nog wel sporen terug te vinden van de individuele begingangen.

Door van der Wulp beschreven uit de duinen bij den Haag en Rotterdam.

notes The mines can be difficult to distinguish from those of the much more common A. abiens. In that species the eggs are deposited singly, albeit often several in a single leaf. The young larvae start by making a narrow corridor; after their first moult the begin making a blotch. Even though these blotches generally fuse to a common megablotch, mostly it is possible to recognise remants of the individual initial corridors as the hallmark of abiens.

Described by van der Wulp from the Netherlands (dunes of the Hague and Rotterdam).

literatuur:

references:

Beiger (1970a), Beuk (2002), Buhr (1932a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hering (1955b, 1957a, 1962a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Martinez (1984a), de Meijere (1924a, 1939a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b), Papp & Černý (2015a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1954a, 1972a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a), van der Wulp (1871a)

17/01/2016