Agromyza intermittens (Becker, 1907)

Diptera, Agromyzidae

mijn Brede gangmijn die tamelijk basaal op de bladschijf begint en naar de bladtop loopt. Frass vervloeiend, slechts weinig korrels te zien, mijn groenig. Larve solitair. Verpopping buiten de mijn.

mine Broad corridor, starting not far from the base of the blade, running upwards. Frass deliquescent, only few grains recognisable, mine greenish. Larva solitary. Pupation outside the mine.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophagous

Bromus mollis; Hordeum vulgare; Secale cereale; Triticum aestivum.

fenologie Larven in juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE waargenomen (de Meijere, 1928a, 1934a), aanvankelijk als A. cinerascens.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

NE recorded (de Meijere, 1928a, 1934a), initially as A. cinerascens.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Engeland, Denemarken en de Baltische Staten zuidwaarts tot het Iberisch Schiereiland en Servië, maar niet ten zuiden van de Alpen (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From the UK, Denmark and the Baltic States southwards to the Iberian Peninsula and Serbia, but not south of the Alps (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Darvas & Papp (1985a) en Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a): mandibels elk met 2 zware tanden, voorspiracula met 11-14, achterspiracula met 3 papillen. De papillen van het achterspiraculum zijn verlengd, en maken elk een S-bocht (d'Aguilar, Chambon & Touber, 1976a; Hering, 1957a, 1962a; Spencer, 1973b).

larva Described by Darvas & Papp (1985a) and Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a): mandibles each with 2 heavy teeth, front spiraculum with 11-14, rear spiraculum with 3 papillae. The papillae of the rear spiracula are elongated and S-shaped (d'Aguilar, Chambon & Touber, 1976a; Hering, 1957a, 1962a; Spencer, 1973b).

puparium Egaal roodbruin, met achterspiracula op lage bultjes, even ver uiteen als hun eigen diameter (d'Aguilar, Chambon & Touber, 1976a; Hering, 1957a, 1962a; Spencer, 1973b).

puparium Uniformly reddish brown, rear spiracula on low protuberances, separated by their own diameter (d'Aguilar, Chambon & Touber, 1976a; Hering, 1957a, 1962a; Spencer, 1973b).

synoniemen Domomyza intermittens; Phytomyza secalina Hering, 1925; volgens Darvas & Papp (1985a) ook Agromyza b: Hering (1953a).

synonyms Domomyza intermittens; Phytomyza secalina Hering, 1925; according to Darvas & Papp (1985a) also Agromyza b: Hering (1953a).

opmerkingen Zeer nauw verwant met A. luteitarsis, en mogelijk daarmee synoniem (Dempewolf, 2004a); als dat inderdaad zo mocht zijn is luteitarsis de geldinge naam. In beperkte mate schadelijk op granen.

notes Closely related with A. luteitarsis, and possibly the two are synomymous (Dempewolf, 2004a); in that case luteitarsis would be the valid name. Minor pest of cereal crops.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beuk (2002a), Černý & Vála (1996a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Dempewolf (2004a), Gallo (1996a), Gil Ortiz (2009a), Griffiths (1963a), Hering (1955b, 1956a, 1957a, 1962a), Kabos (1971a), de Meijere (1939a), Pakalniškis (1998a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Spadic (1991a), Spencer (1956a, 1972a, 1973b, 1974a, 1976a, 1990a), von Tschirnhaus (1999a).

28/04/2017