Agromyza johannae de Meijere, 1924

Diptera, Agromyzidae

Cytisus scoparius, België, prov. Antwerpen, Mol © Carina Van Steenwinkel

Agromyza johannae: mines on Cytisus scoparius

Cytisus scoparius, Belgium, prov. Antwerp, Mol © Carina Van Steenwinkel

een enkel gemineerd blaadje

Agromyza johannae: mine on Cytisus scoparius

a single mined leaflet

Cytisus scoparius, België, prov. Namen, Hour © Jean-Yves Baugnée

Agromyza johannae mine

Cytisus scoparius, Belgium, prov. Namur, Hour © Jean-Yves Baugnée

Cytisus scoparius, Bergen NH

8372

Cytisus scoparius, Bergen NH

mijn Haakvormig bovenzijdig gangmijntje. De gang begint bij de basis van een blaadje, loopt langs de rand naar de top, gaat dan, snel breder wordend, over de hoofdnerf weer naar beneden. In het eerste deel ligt de frass in fijne korrels, verderop in klompjes. Verpopping buiten de mijn. Oudere mijnen worden zwart, en zijn dan iets minder lastig te vinden.

mine Hooklike, upper-surface corridor. The corridor begins near the base of a leaflet, runs along the margin to the tip, then, quickly widening, redescends over the midrib towards the base of the leaflet. Frass in the corridor part in fine grains, further up in smal clumps. Pupation outside the mine. Older mines turn black, and then are somewhat easier to find.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Cytisus hirsutus, scoparius; Genista; Spartium junceum; Ulex europaeus.

Incidenteel op Lupinus.

Occasionally on Lupinus.

fenologie Larven tussen april en september (Hering, 1957a).

phenology Larvae between April and September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Ellis: La Calamine).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Ellis: La Calamine).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van de Britse Eilanden tot de Baltische Staten en Polen (Fauna Europaea, 2007); Bulgarijë (Buhr, 1941b), Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from the British Isles to the Baltic States and Poland (Fauna Europaea, 2007); Bulgaria (Buhr, 1941b), Slovenia (Maček, 1999a).

opmerkingen De Meijere beschreef deze soort uit Bussum en Hilversum; daarnaast kende hij mijnen op Cytisus uit Zeist, Vollenhove en Winterswijk. Johanna was zijn echtgenote.

notes De Meijere described the species from the Dutch localities Bussum and Hilversum; moreover he used mine material on Cytisus from Zeist, Vollenhove and Winterswijk. Johanna was his wife.

literatuur

references

Allen (1958a), Beiger (1965a, 1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b), Černý (2001a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Griffiths (1956a,b), Hering (1955b, 1957a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Martinez (1984a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Nowakowski(1954a), Pakalniškis (2000a), Papp & Černý (2015a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1957f, 1966b, 1972a,b, 1976a, 1990a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

21/01/2017