Agromyza nana Meigen, 1830

Diptera, Agromyzidae

Trifolium repens, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman; bezette mijn

Agromyza nana: occupied mine on Trifolium repens

Trifolium repens, Flevoland, Reve-Abbertbos © Hans Jonkman; occupied mine

mijn met rusetende larve

Agromyza nana: occupied mine on Trifolium repens

mine with resting larva

Trifolium repens, Beuningen: twee lege mijnen

Agromyza nana empty mines

Trifolium repens, Beuningen: two vacated mines

Medicago lupulina, Nieuwendam: mijn met de kenmerkend plompe larve

Agromyza nana with larva; mine on Medicago lupulina

Medicago lupulina, Nieuwendam: mine with the characteristically squat larva

Medicago sativa, België, prov. Luik, Flémalle-Haute; © Jean-Yves Baugnée

Agromyza nana: mine on Medicago sativa

Medicago sativa, Belgium, prov. Liège, Flémalle-Haute; © Jean-Yves Baugnée

Melilotus cf officinalis, Amsterdam Noord, JH Vliegenbos: mijn met parasitoid-pop

Agromyza nana: mine on Melilotus cf officinalis

Melilotus cf officinalis, Amsterdam Noord, JH Vliegenbos: mine with pupa of parasitoid

mijn Brede korte haakvormige bovenzijdige gangmijn, die eindigt in een blaas in het centrum van een blaadje. Ook de blaas is bovenzijdig, maar heeft voldiepe plekken, waardoor de mijn er bij tegenlicht vlekkerig uitziet. De frass in de blaas in enkele grote klompen. Verpopping buiten de mijn.

mine Broad and short hook-like upper-surface corridor, ending in a blotch in the centre of a leaflet. The blotch is upper-surface as well, but has some deep spots, giving the mine a mottled appearance when hold against the light. Frass in the blotch in a few large lumps. Pupation outside the mine.

waardplanten: Fabaceae, oligofaag

hostplants: Fabaceae, oligophagous

Anthyllis; Lotus ornithopodioides; Medicago falcata, lupulina, minima, polymorpha, sativa, truncatula, varia; Melilotus albus, altissimus, messanensis, officinalis; Onobrychis viciifolia; Securigera varia, securidacea; Trifolium alpestre, campestre, fragiferum, hybridum, incarnatum, medium, montanum, ochroleucon, pratense, repens, stellatum; Trigonella; Vicia cracca, dumetorum, hirsuta, sativa, sylvatica.

De vermelding van Oxalis door Benavent ea (2004a) en Gil Ortiz (2009a) moet wel een vergissing zijn - vegetatief is verwarring met Trifolium niet ondenkbaar. Ook enkele oude verwijzingen naar Genista zijn weinig aannemelijk.

The reference to Oxalis by Benavent ao (2004a) and Gil Ortiz (2009a) must be a mistake - in the vegetative state confusion with Trifolium can be imagined. Also some old references to Genista are not very probable.

fenologie Larven van juni-october (Hering, 1957a).

phenology Larvae from June to October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Heel Europa ten westen van de lijn Noordkaap - Ukraïne (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Entire Europe west of the line North Cape - Ukraine (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Domomyza nana; Agromyza medicaginis Robineau-Desvoidy, 1851; A. trifolii Kaltenbach, 1872; A. anthracipes (Rondani, 1875); A. brevinervis (Rondani, 1875).

synonyms Domomyza nana; Agromyza medicaginis Robineau-Desvoidy, 1851; A. trifolii Kaltenbach, 1872; A. anthracipes (Rondani, 1875); A. brevinervis (Rondani, 1875).

opmerkingen De volgroeide larve blijft, zonder te eten, nog één of twee dagen in het centrum van de mijn liggen, alvorens deze te verlaten (Spencer, 1976a).

Een heel enkele maal schadelijk op klaver en alfalfa (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a: Spencer, 1973b), klaver-bladmineerder.

De mijn kan gemakkelijk worden verward me die van de veel zeldzamer Parectopa ononidis; zie aldaar.

notes The full-grown larva remains without feeding for one or two days in the centre of the mine, before leaving it for pupation (Spencer, 1976a).

Very occasionally a pest on clover and alfalfa (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a: Spencer, 1973b).

The mine can easily be confused with the one of the much rarer Parectopa ononidis; see there for differentiating characters.

literatuur

references

Amsel & Hering (1931a, 1933a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Benavent ao (2004a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2004a, 2007a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dempewolf (2004a), Drăghia (1967a, 1974a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1924a,b, 1927a, 1930b, 1955b, 1957a, 1963a,b, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1972a, 1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Papp & Černý (2015a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Rydén (1956a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Skala (1941a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1954d, 1966b, 1967a, 1972a,b, 1973c, 1974a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Ureche (2010a), Utech (1962a), Zoerner (1969a).

10/01/2017