Agromyza pittodes Hendel, 1931

Diptera, Agromyzidae

mine de jonge larve maakt een smal gangmijntje, met de frass in twee rijen kort draadstukjes; na de eerste vervelling wordt een langgerekte blaasmijn gevormd, gecentreerd op de hoofdnerf. Kleine bladeren kunnen geheel worden uitgemijnd. Verpopping buiten de mijn.

mine the young larva makes a narrow gallery, with the frass in two rows of short strips; after the first moult an elongated blotch is made, centered over the midrib. Small leaves can be mined out entirely. Pupation is external.

waardplanten: Polygonaceae, nauw monofaag

hostplants: Polygonaceae, narrowly monophagous

Persicaria vivipara.

fenologie Spencer noemt uit Noorwegen larven uit begin juli.

phenology Spencer mentions from Norway larvae in early July.

BENELUX

Miet bekend uit de Benelux-landen

BENELUX

Not known from the Benelux countries.

verspreiding binnen Europa Van Noorwegen en Zweden tot Oostenrijk en Hongarijë (Fauna Europaea, 2016). In midden-Europa een alpiene soort.

distribution within Europe From Norway and Sweden to Austria and Hungary (Fauna Europaea, 2016). In Central Europe an alpine species.

larve voor-spiraculum met 13-14 papillen; achterspiraculum op een lage sokkel, met een krans van 7-10 papillen.

larva anterior spiraculum with 13-14 papillae; rear spiraculum on a low base, with 7-10 papillae in a circular group.

puparium roodbruin, met diepe insnoeringen tussen de segmenten.

pupa reddish brown, deeply constricted between the segments.

synoniemen Agromyza sergei Beiger, 1971.

synonyms Agromyza sergei Beiger, 1971.

opmerkingen nauw verwant aan Agromyza polygoni op Persicaria bistorta.

notes closely related to Agromyza polygoni on Persicaria bistorta.

literatuur

references

Černý & Merz (2006a), Papp & Černý (2015a), Sasakawa & Imura (1993a), Spencer (1976a), Vála & Rohacek (1983a).

17/01/2016