Agromyza reptans Fallén, 1823

Diptera, Agromyzidae

mijn Voldiepe (ongewoon voor een agromyzide) gang die meestal aan de bladrand begint, en in geen geval begint met een stel 'darmachtige' windingen. Verderop verbreedt de mijn zich sterk, maar blijft meestal in de buitenrand van het blad. Vaak verscheide larven in een mijn. Frass in brokjes of korte staafjes, nooit in lange draden.

mine Full depth (unusual for an agromyzid) corridor that mostly starts near the leaf margin, and never begins with a series in close, intestine-like curves. Further on the corridor strongly widens, and usually remains close to the leaf margin. Often several larvae in a mine. Frass in lumps or short rods, never in long threads.

waardplanten: Urticaceae, oligofaag

hostplants: Urticaceae, oligophagous

Cannabis sativa; Parietaria; Urtica dioica.

Vermeldingen van Cannabis zijn er maar weinig, en van Parietaria nog minder. Bovendien speelt de verwarring met A. pseudoreptans een lastige rol. Een waarneming, vermeld door Hering (1957a) van Humulus japonicus stamt uit een botanische tuin en betreft wel xenopahgie.

Records of Cannabis are few, and of Parietaria en less. Moreover the confusion with A. pseudoreptans interferes. An observation, reproted by Hering (1957a) from Humulus japonicus stems from a botanic garden and may be a case of xenophagy.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Ellis: Diemen, Ede, Rhenen).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007a).

BENELUX

BE observed (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE obseerved (Ellis: Diemen, Ede, Rhenen).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007a).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Frankrijk en Italië, en van Ierland tot de Baltische Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to France and Italy, and from Ireland to the Baltic States and Hungary (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Agromyza haplacme Steyskal, 1972.

synonyms Agromyza haplacme Steyskal, 1972.

opmerkingen De Meijere vermeldt de soort al in zijn eerste naamlijst (1924a) van Nederlandse agromyziden maar omdat het pas sinds Nowakowski (1964a) duidelijk is dat reptans tot die tijd verward ws met de veel talrijker A. pseudoreptans kan hieraan geen conclusie worden verbonden, en de opname van reptans in de recente checklist door Beuk (2002a) was dan ook voorbarig. Pas in 2006 is het eerste zekere materiaal gevonden; de soort is in Nederland bepaald zeldzaam.

notes De Meijere mentioned this species already in his first checklist of Durch agromyzids (1924a), but this cannot be taken literally after Nowakowski (1964a) discovered that reptans had been confused with the much more common A. pseudoreptans. The inclusion of reptans in the checklist of Dutch Diptera by Beuk (2002a) therefore was premature. Only in 2006 a first certain reptans was found in the Netherlands, where the species is evidently quite rare.

literatuur

references

Amsel & Hering (1933a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Beri (1971c), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1924a, 1927a, 1939b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), Martinez (1984a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a), Nowakowski (1954a, 1964a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b), Papp & Černý (2015a), Robins (1991a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1971a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

28/04/2017