Agromyza trebinjensis

Diptera, Agromyzidae

mijn Ovipositie meestal nabij de blaadtop. Ovipositielitteken meestal in de vorm van een een langggerekt, uitgescheurd gat. Zeer lange (tot10 cm), bovenzijdige gangmijn, die zich aan het eind sterk verbreedt. Bij verse mijnen primaire en secundaire vraatlijnen zichtbaar. Verpopping buiten de mijn, boogsnede in bovenepidermis. Vaak meer dan één mijn in een blad. Mijnen altijd in nog niet volledig ontwikkelde bladeren, die door de mijn sterk verfomfaaid worden.

mine Oviposition usually near the leaf tip. Oviposition scar mostly an elongated lacerated hole. Very long corridor (up to 10 cm), upper-surface, strongly widening towards the end. Primary and secondary feeding lines apparent in fresh mines. Pupation outside the mine, exit slit in upper epidermis. Often several mines in a leaf. Mines invariably in leaves that are not yet fully developed, and are strongly malformed as a result.

waardplanten: Cannabaceae, monofaag

hostplants: Cannabaceae, monophagous

Celtis australis.

fenologie Larven in mei-october (Hering, 1957a, Nowakowski, 1960a); overwintering als puparium.

phenology Larvae in May - October (Hering, 1957a, Nowakowski, 1960a); hibernation as puparium.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Spanje tot Thracië (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Spain to Thrace (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Nowakowski (1960a). Mandibels niet alternerend, met twee tanden. Voorspiraulum met 5, achterspirculum met 3 papillen.

De beschrijving vn de larve door Beri (1971a), op basis van materiaal afkomstig uit Rubus niveus, is niet serieus te nemen.

larva Described by Nowakowski (1960a). Mandibles not alternating, with two teeth. Front spiraculum with 5, rear spiraculum with 3 papillae.

The larva description by Beri (1971c), based on material from Rubus niveus, cannot be taken seriously.

puparium 1.8 mm lang, roestbruin, glad en glanzend, met diepe insnijdingen tussen de segmenten (Nowakowski, 1960a).

puparium 1.8 mm in length, rusty brown, smooth ans shining, with deep furrows between the segments (Nowakowski, 1960a).

synoniemen Agromyza celtidis Nowakowski, 1960.

synonyms Agromyza celtidis Nowakowski, 1960.

opmerkingen Mijnen niet alleen in jonge bladeren, maar er bestaat ook een sterke voorkeur voor jonge bomen en wortelopslag (Nowakowski, 1960a). Talrijk in stadsbeplanting (Süss, 1992a).

notes Mines not only in young leaves, but also a strong preference for young trees and suckers (Nowakowski, 1960a). Frequently in urban ornamental planting (Süss, 1992a).

literatuur

references

Beiger (1980a), Beri (1971c), [Buhr (1941b)], [Hartig (1939a)], [Hering (1957a)], [de Meijere, 1937a], Nowakowski (1960a), Papp & Černý (2015a), Spencer (1966a), Süss (1992a).

18/01/2016