Agromyza woerzi Groschke, 1957

Diptera, Agromyzidae

mijn Blaasmijn, die onveranderlijk begint aan de bladrand en zich snel en sterk verbreedt. Primaire en secundaire vraatlijnen zijn zeer duidelijk. Frass in grote korrels. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

mine Blotch, invariably beginning at the leaf margin, and widening fast and strongly. Primary and secondary feeding lines very conspicuous. Frass in coarse grains. Pupation outside the mine.

waardplanten: Caprifoliaceae, monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, monophagous

Knautia arvensis, drymeia.

fenologie Larven in juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland oostwaarts tot de Baltische Staten en Wit-Rusland (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Germany eastwards to the Baltic States and Belarus (Fauna Europaea, 2007).

larve De Meijere (1926a) beschrijft de larve van een Agromyza sp., gekweekt uit Knautia; later (1928a) schrijft dit materiaal uiteindelijk gedetermineerd te hebben als A. dipsaci. Dit is onjuist: in werkelijkheid gaat het hier om A. woerzi. Achterspiraculum met 3-4 papillen.

larva De Meijere (1926a) described the larva of an Agromyza sp., reared from Knautia; later (1928a) he wrote the he finally had identified this material as A. dipsaci. This is not correct: in reality it concerned A. woerzi. Rear spiraculum with 3-4 papillae.

literatuur

references

Buhr (1964a), Černý & Merz (2006a), Dursun, Civelek, Barták, Kubík, Yildirim & Černý (2015a), Groschke (1957a), Hering (1957a), Huber (1969a), de Meijere (1926a, 1928a), Pakalniškis (1995a, 1998a), Papp & Černý (2015a), von Tschirnhaus (1999a).

21/01/2016