Amauromyza obscura (Rohdendorf-Holmanová, 1959)

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gang-blaasmijn; de gang is ca 5 mm lang. Frass in de vorm van een groene centrale band (breder in de blaas), waarin zwarte korreltjes zichtbaar zijn. Soms verscheidene mijnen in een blaadje. Verpopping buiten de mijn, boogsnede in de bovenepidermis, aan de rand van de mijn.

mine Upper-surface corridor-blotch; the corridor is c. 5 mm long. Frass as a green central band, (wider in the blotch), in which fine black grains are visible. Sometimes several mines in a leaflet. Pupation outside the mine, exit slit in the upper epidermis, at the margin of the mine.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Caragana arborescens, frutex.

fenologie Larven van half juni tot half augustus, en in september-october (Nowakowski, 1960b).

phenology Larvae from mid-June to mid-August, and in September - October (Nowakowski, 1960b).

verspreiding binnen Europa Litauwen, Polen, Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Lithuania, Poland, Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

larve Mandibel met 2 tanden, alternerend. Voorspiraculum met 5 pappillen, achterspiraculum met 3, ongeveer even grote, haakvormige papillen.

larva Mandible with 3 teeth, alternating. Front spiraculum with 5 papillae; rear spiracuklum with 3 hooklike papillae of almost equal size.

puparium Geel, 1.3 mm.

puparium Yellow, 1.3 mm.

synoniemen Irenomyia, Melanophytobia, obscura.

synonyms Irenomyia, Melanophytobia, obscura.

opmerkingen: de beschrijving door Hering van Phytagromyza caraganae heeft betrekking op bovenstaande soort (Beiger).

notes: the description by Hering of Phytagromyza caraganae actually applies to the species above (Beiger).

literatuur

references

Beiger (1984a), Hering (1957a), Michalska (2003a), Nowakowski (1960b), Pakalniškis (1986a), Rohdendorf-Holmanová (1959a).

01/02/2017