Americina vittata (Meigen, 1826)

Diptera, Scathophagidae

Paris quadrifolia, België, prov Henegouwen, Chimay, Virelles © Sébastien Carbonelle

Americina vittata: mine on Paris quadrifolia

Paris quadrifolia, Belgium, prov Hainaut, Chimay, Virelles © Sébastien Carbonelle

mijn Grote blaasmijn met een groepje maden. Eischaaltjes bij het begin van de mijn. Verpopping buiten de mijn.

mine Large blotch with a group of some larvae. At the start of the mine a group of elliptic egg shells. Pupation outside the mine.

waardplanten: Monocotylen (Asparagales): nauw polyfaag

hostplants: Monocots (Asparagales): narrowly polyphagous

Cephalanthera damasonium, rubra; Convallaria majalis; Cypripedium calceolus; Dactylorhiza, maculata, majalis; Epipactis helleborine, palustris; Gymnadenia conopsea; Majanthemum bifolium; Neottia ovata; Orchis mascula, purpurea; Paris quadrifolia; Platanthera bifolia, chlorantha; Polygonatum multiflorum, odoratum, verticillatum.

fenologie Larven van mei-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991b).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Gosseries, 1991b).

NE recorded (de Meijere, 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en noordelijk Rusland tot het Iberisch Schiereiland, de Alpen en Hongarijë, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia and northern Russia to the Iberian Peninsula, the Alps and Hungary, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Chylizosoma vittatum; Parallelomma paridis (Hering, 1923); P. convallariae (Kaltenbach, 1873); P. beckeri Séguy, 1932; P. paucheti Séguy, 1932; P. hostae Hering, 1955; P. sasakawae Hering, 1955; P. albamentum Séguy, 1963. Deze synonymiseringen, onder meer gebaseerd op Sifner (2008a), zijn niet onomstreden; Hackman (1956a, 1957a), Spitzer (1972a) en Nelson (1990a) menen dat het gaat om een groepje nauwverwante soorten, waar in elk geval paridis (op Majanthemum, Paris en Polygonatum) en waarschijnlijk ook paucheti (op Majanthemum en Paris) goede soorten zouden zijn. Ball (2007a) vermoedt dat paridis in ieder geval leeft op Paris, vittatum op Orchidaceae.

Phaonia fuscata Fallén, 1825) is, onder de synonieme naam Helina buhri Hering, 1935, door Hering (1935a) ten onrechte geassocieerd met een mijn van A. vittata (Hering, 1957a).

synonyms Chylizosoma vittatum; Parallelomma paridis (Hering, 1923); P. convallariae (Kaltenbach, 1873); P. beckeri Séguy, 1932; P. paucheti Séguy, 1932; P. hostae Hering, 1955; P. sasakawae Hering, 1955; P. albamentum Séguy, 1963. These synonymies, mainly based on Sifner (2008a), do not go unchallenged; Hackman (1956a, 1957a), Spitzer (1972a), and Nelson (1990a) rather think of a group of closely related species, with in any case paridis (on Majanthemum, Paris and Polygonatum) and probably also paucheti (on Majanthemum and Paris) are valid species. Ball (2007a) supposes that paridis at least lives on Paris, vittatum on Orchidaceae.

Phaonia fuscata Fallén, 1825) has, under the synonymous name Helina buhri Hering, 1935, incorrectly been associated by Hering (1935a) with a mine of A. vittata (Hering, 1957a).

opmerkingen Gewoonlijk worden er vier of vijf eieren bijeen gelegd, en het legsel op de © hieronder is een uitzondering. Slechts twee larven in deze mijn waren volgroeid, de andere acht waren als kleine larven al gestorven. Toch besloeg de mijn bij lange na niet het hele blad: er was schijnbaar voldoende voedsel.

Van de arctische A. sellata (Hackman, 1956) is de biologie niet bekend, maar het is goed mogelijk dat die sterk lijkt op die van A. vittata. De larve is niet beschreven.

notes Generally four or five eggs are placed together, and the clutch on the © below is exceptional. Only two larvae in this mine wew fully developed; the other eight had died as young larvae. Yet the mine did not occupy the leaf by far: apparently there was no shortage of food.

The biology of the arctic A. sellata (Hackman, 1956) is not known, but quite possibly it resembles the one of A. vittata. Its larva is unknown.

Polygonatum multiflorum, Amstelveen, JP Thijssepark

Parallelomma vittum cllutch

Polygonatum multiflorum, Amstelveen, JP Thijssepark

synoniemen: Chylizosoma vittatum, Parallelomma vittata

synonyms: Chylizosoma vittatum, Parallelomma vittata

literatuur

references

Ahr (1966a), Ball (2007a), Beiger (1970a), Buhr (1933a, 1964a), Hackman (1956a, 1957a), Hartig (1939a), Hayhow (1999a), Hering (1921a, 1923a, 1924b, 1935a, 1957a), Huber (1969a), de Jong (2002a), Maček (1999a), de Meijere (1939a, 1940b), Michalska (1976a), Nelson (1990a), Nowakowski (1954a), Püchel (1999a), Robbins (1991a), Sifner (2008a), Sønderup (1949a), Spitzer (1972a), Starý (1930a), Zoerner (1969a).

17/08/2016