Aulagromyza caraganae Rohdendorf-Holmanová (1959)

Diptera, Agromyzidae

mijn brede gekronkelde gang, snel en geleidelijk overgaand in een grote witte blaasmijn; meestal is de gehele mijn onderzijdig, en de bovenzijde van het blad is gelig verkleurd met veel witte vlekjes. Niet zelden is het blaas-gedeelte van de mijn echter bovenzijdig, en wit. Frass in schaarse korrels. Verpopping binnen de mijn; het puparium is stevig vastgeplakt middels verdroogde frass; de voor-sporacula steken door de epidermis naar buiten.

mine broad compactly wound gallery, soon gradually widening into a large white blotch; mostly the entire mine is lower-side, and the upperside of the leaf is discoloured yellowish with many white spots. Freqiently the blotch part of the mine is upper-side, an white. Frass in scarce grains. Pupation within the mine; the pupariumm is firmly glued by dried frass; the anterior spiracula penetrate the epidermis.

waardplanten: Fabaceae, monofaag

hostplants: Fabaceae, monophagous

Caragana arborescens.

fenologie Larven in juli-augustus.

phenology Larvae in July - August.

verspreiding binnen Europa Polen, Litauwen (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Poland, Lithuania (Fauna Europaea, 2009).

larve geel. De rechter mandibel is groter dan de linkse; beide met twee ongeveer gelijke taknden. Voorspiraculum et 9, achterspiraculum met 8 papillen (Beiger,1984a).

larva yellow. The right mandible is larger than the left one; both with 2 subequal teeth. Anterior spiraculum with 9, posterior with 8 bulbs (Beiger,1984a).

synoniemen Phytagromyza caraganae.

synonyms Phytagromyza caraganae.

opmerkingen de beschrijving van deze soort door Hering (1957a) heeft betrekking op Amauromyza obscura (Beiger, 1984a).

notes the description of this species in Hering (1957a) actually refers to Amauromyza obscura (Beiger, 1984a).

literatuur

references

Beiger (1984a), Hering (1957a), Michalska (2003a), Pakalniškis (1983a), Papp & Černý (2016a), Rohdendorf-Holmanová (1959a).

29/03/2017