Aulagromyza cornigera (Griffiths, 1973)

Diptera, Agromyzidae

Lonicera periclymenum, Castricum

13799

Lonicera periclymenum, Castricum

doorvallend licht

13799

in transparancy

mijn Zich sterk verbredende, bovenzijdige, onvertakte gangmijn, die gewoonlijk aanvankelijk een eindweegs langs de bladrand loopt. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een snede in de bladbovenzijde.

mine Strongly widening, upper-surface, unbranched corridor; its first section usually follows the leaf margin for some distance. Pupation outside the mine; exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Caprifoliaceae, oligofaag

hostplants: Caprifoliaceae, oligophagous

Lonicera periclymenum, xylosteum; Symphoricarpos albus.

fenologie Larven in april, zelden mei.

phenology Larvae in April, rarely May.

BENELUX

BE vermeld door De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a) als lonicerae; de synonymie die zij daarbij opnoemen doet echter twifel rijzen over de determinatie; ook volgens de de Fauna Europaea (2007) niet uit België bekend.

NE waargenomen (van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1972a, als lonicerae); zie ook Lempke (1974a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recored by De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a) as lonicerae; however, the synonymy thy give arouses doubt about the identification; not present in Belgium according to the Fauna Europaea (2007).

NE recorded (van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1972a, as lonicerae); ; see also Lempke (1974a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Noorwegen tot het Iberisch Schiereiland, en van Engeland tot Polen (Andersen & Jonassen, 1994a; Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Norway to the Iberian Peninsula, and from the UK to Poland (Andersen & Jonassen, 1994a; Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Paraphytomyza cornigera; Phytagromyza, Paraphytomyza lonicerae (Robineau-Desvoidy): Hering, 1951 e.a.

synonyms Paraphytomyza cornigera; Phytagromyza, Paraphytomyza lonicerae (Robineau-Desvoidy): Hering, 1951 a.o.

opmerkingen Het is heel merkwaardig dat de Meijere bij zijn uitgebreide onderzoeking naar de larven van de Agromyzidae deze soort niet is tegengekomen.

Pas in 1951 werd de soort door Hering onderkend (1951b), maar hij benoemde hem ten orechte als Phytagromyza lonicerae (Robineau-Desvoidy). Griffiths (1973a) zette dit recht en gaf de soort zijn huidige naam.

De mijn is alleen aan de larve (of het puparium) met zekerheid te determineren, maar de vroege datum van de larven geeft wel een goede aanwijzing.

notes It is quite surprising that this species has not been seen by de Meijere in all the years of his extensive study of the larvae of the Agromyzidae.

The species was recognised only in 1951 by Hering (1951b), but was identified incorrectly as Phytagromyza lonicerae (Robineau-Desvoidy). This mistake was corrected by Griffiths (1973a) who gave the species its present name.

A certain identification is possible only after the larva (or the puparium), but the early date of the larva gives a strong indication.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dempewolf (2001a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1973a), Huber (1969a), Kollár & Hrubík (2009a), Lempke (1974a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Robbins (1991a), Spencer (1976), von Tschirnhaus (1999a).

24/04/2016