Calycomyza humeralis (von Roser, 1840)

Diptera, Agromyzidae

Tripolium pannonicum subsp. tripolium, België, prov. Antwerpen, Schor van Ouden Doel; © Kris Peeter

Calycomyza humeralis: mine on Tripolium pannonicum subsp. tripolium

Tripolium pannonicum subsp. tripolium, Belgium, prov. Antwerp, Schor van Ouden Doel; © Kris Peeter

andere exemplaren

Calycomyza humeralis: mine on Tripolium pannonicum subsp. tripolium

other specimens

Tripolium pannonicum subsp. tripolium, Cadzand

Calycomyza humeralis: mine on Tripolium pannonicum subsp. tripolium

Tripolium pannonicum subsp. tripolium, Cadzand

mijn Grote wittige bovenzijdige blaasmijn, voorafgegaan door een korte begingang, die later vaak door de blaas wordt overlopen. Zolang de larve in de mijn is, bevat deze bijna geen frasskorrels. De paar aanwezige korrels zijn zwart en betrekkelijk grof (Hering, 1960a). Het puparium wordt in de mijn gevormd, en vlak voordat dit plaats vindt leegt de larve zijn darm, met het gevolg dat het puparium met verdroogde frass in de mijn verankerd is (von Tschirnhaus, 1981a).

mine Large, whitish, upper-surface blotch, preceded by a short corridor that often is overrun later by the developing blotch. The larva hardly produces any frass; the few grains that are present are black and rather coarse (Hering, 1960a). But when the larva is about to pupate, it empties its intestine, which has the effect that the puparium is anchored in the mine by dried frass (von Tschirnhaus, 1981a).

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Bellidiastrum michelii; Bellis annua, perennis, sylvestris; Bellium bellidioides; Callistephus chinensis; Erigeron acris, canadensis, speciosus; Haplopappus; Heterotecha; Hysterionica; Madia; Helianthus; Symphyotrichum salignum; Tithonia; Tripolium pannonicum subsp. tripolium (Aster tripolium); Zinnia.

Ook in tuinasters.

Also in garden Asters.

fenologie Larven in juni en september-october (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June and September-October (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Italië en de Balkan, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2007); ook Turkije (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, Italy and the Balkan, and from the UK to Roumania (Fauna Europaea, 2007); also Turkey (Civelek, Deeming & Önder, 2000a).

larve Beschreven door de Meijere (1925a), Sasakawa (1961a) en Beri (1971f).

larva Described by de Meijere (1925a), Sasakawa (1961a), and Beri (1971f).

synoniemen Dizygomyza bellidis (Kaltenbach, 1858); Agromyza atripes Brischke, 1880 [nec Zetterstedt, 1880].

synonyms Dizygomyza bellidis (Kaltenbach, 1858); Agromyza atripes Brischke, 1880 [nec Zetterstedt, 1880].

literatuur

references

Beiger (1958a, 1979a), Benavent ao (2004a), Beri (1971a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2004a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Drăghia (1968a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Hering (1928a, 1955b, 1957a, 1960a), Huber (1969a), Kabos (1971a), van Klink (2014a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere 1924a, 1925a, 1939a), Parmenter (1949a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Skala (1036a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1954a, 1957f, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1992a), von Tschirnhaus (1981a. 1982a, 1999a), Utech (1962a).

03/04/2015