Cerodontha eriophori Nowakowski, 1972

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige of interparenchymale gangmijn dioe enige malen van richting verandert, maar niet afdaalt tot in de bladschade. Frass in één grote klomp. Verpopping in de mijn.

mine Upper-surface or interparenchymatous gallery that changes direction a few times, but never descends as low as the leaf sheath. Frass in one large lump. Pupation within the mine.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Eriophorum latifolium.

fenologie Twee generaties, overwintering als puparium.

phenology Two generations, hibernation as puparium.

verspreiding binnen Europa Polen (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Poland (Fauna Europaea, 2010).

larve Mandibels met twee, ongeveer gelijke, tanden. Voorspiraculum met 9 papillen; achterspiraculum met drie sterk verlengde papillen.

larva Mandibles with two, equally sized teeth. Front spiraculum with 9 papillae; rear spiraculum with 3, strongly elongated papillae.

puparium Rood- tot zwartbruin, 2 mm lang, met diep ingesnoerde segmentgrenzen.

puparium Reddish to blackish brown, 2 mm long, segment limits deeply incised.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Nowakowski (1973a).

01/08/2010