Cerodontha eucaricis Nowakowski, 1967

Diptera, Agromyzidae

Carex hirta, Nieuwendam

8362_bz

Carex hirta, Nieuwendam

zelfde mijn, doorvallend licht; de donkere vlek is de met frass geheel gevulde darm van de larve

8362_tr

same mine, lighted from behind; the dark spot is the entirely frass-filled intestine of the larva

mijn Mijn bovenzijdig, in het centrale deel van de bladschijf. Frass in enkele grote klompen; vaak (zoals afgebeeld) bevindt alle frass zich nog in de darm van de larve. Larve solitair. Puparium in de mijn, aan de buikzijde in de mijn vastgeplakt.

mine Mine upper-surface, in the central part of the blade. Frass in a few large lumps; often (as in the picture above) all frass still is contained in the larva's intestine. Larva solitary. Puparium in the mine, fixed ventrally with dried frass.

waardplanten: Cyperaceae, monogaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Carex acuta, acutiformis, flacca, hirta, nigra, paniculata, riparia, pseudocyperus, vesicaria.

C. hirta is de voornaamste waardplant.

C. hirta is the main hostplant.

fenologie Larven van juni tot september (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae from June to September (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE waargenomen (Ellis, verscheidene vindplaatsen).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1999a).

NE recorded (Ellis, several localities).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot Frankrijk, en van Engeland tot de Baltische Staten, Polen en Hongarije (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Sweden to France, and from the UK to the Baltic States, Poland and Hungary (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Nowakowski (1973a). Achterspiracula aan hun basis elk met een grote, van een wortel voorziene zwarte wrat; de wratten zijn duidelijk van elkaar gescheiden. Het oppervlak van de wrat is bedekt met uiterst fijne stekeltjes. Achterspiracula met drie klauw-achtige papillen Volgroeide larve groot (ca 1 cm), in leven heel doorzichtig en met een vetlichaam dat aan de achterzijde heldergeel doorschijnt.

larva Described by Nowakowski (1973a). Rear spiracula at their base each with a large black wart with a deep root; the warts are clearly separated from each other. The surface of the wart of covered by an extremely fine spinulation. Rear spircula with three claw-like papillae. Full grown larva large (about 1 cm), in life very transparant with a fat body the shines through bright yellow at the rear end.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Butomomyza (Nowakowski, 1973a).

notes A member of the subgenus Butomomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Beiger (1970a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a, 1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Martinez (1984a), Michalska (1976a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1998a) Papp & Černý (2016a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1999a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a), Zlobin (1986a).

27/03/2017