Cerodontha hennigi Nowakowski, 1967

Diptera, Agromyzidae

mijn Althans een deel van de mijn bestaat uit een zeer lange smalle voldiepe gang, die vrijwel vrij is van frass. Via de bladschede (waar de meeste frass te vinden is) wisselt de larve van blad.

mine At least part of the mine consists of a very long, narrow, full depth corridor that is almost free of frass. The larva moves from one leaf to the other by way of the leaf sheath; most frass to be found in the leaf sheaths.

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Calamagrostis epigeios.

fenologie Vermoedelijk leven de larven van de late herft tot in mei; overwintering in de bladschede.

phenology Larvae probably live from late autumn to May; hibernation in a leaf sheath.

BENELUX

BE Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schieriland en Italië, en van Engeland tot de Baltische Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from the UK to the Blatic States and Hungary (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Nowakowski (1973a) en Dempewolf (2001a).

larva Described by Nowakowski (1973a) and Dempewolf (2001a).

puparium Het puparium is ongewoon slank. Achterspiraculum knotsvormig, met ca. 18 papillen.

puparium The puparium is unusually slender. Rear spiraculum club-shaped, with about 18 papillae.

synoniemen Cerodontha lateralis: Zetterstedt, 1848.

synonyms Cerodontha lateralis: Zetterstedt, 1848.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Cerodontha (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Cerodontha (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dempewolf (2001a), Martinez (1984a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1990a), Robbins (1991a), Spencer (1972a, 1976a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014