Cerodontha iraeos (Robineau-Desvoidy, 1851)

Diptera, Agromyzidae

Iris pseudacorus, Nunspeet

14897

Iris pseudacorus, Nunspeet

Iris pseudacorus (Susteren) bovenaanzicht; boven in de mijn (rechts) het puparium, midden de enige frassprop die de larve heeft geproduceerd

8465

Iris pseudacorus (Susteren) surface view; in top of the mine (left) the puparium, halfway the only lump of frass the larva has produced

zelfde mijn, in doorzicht

8465

same mine, light from behind

mijn Onregelmatige gangmijn, hoofdzakelijk in de lengterichting van het blad. Mijn in bovenaanzicht wit, in doorzicht gelijkmatig lichtgroen. Frass in één, zelden meer, grote zwarte klodder in de mijn. Larve solitai. Verpopping in de mijn; het puparium ligt in de lengterichting van het blad.

mine Irregularly corridor, essentially parallel to the leaf shape. Mine white when seen from above, uniformly greenisch when seen in transparancy. Frass in one, rarely more, big black lump. Larva solitary. Pupation in the mine; puparium parallel to the leaf venation.

waardplanten: Iridaceae, nauw monofaag

hostplants: Iridaceae, narrowly monophagous

Iris pseudacorus.

In tuinen ook I. sibirica.

Surányi (1942a) en Kabos (1971a) noemen ook Typha latifolia als waardplant; dat is intrigerend, want er is uit Europa niet één Cerodontha bekend van Typha (Nowakowski, 1973a). Benavent ea (2004a) noemen, naast Iris, nog Belamcanda, Gladiolus en Typha; ook hier is nadere bevestiging noodzakelijk.

In gardens also I. sibirica.

Surányi (1942a) and Kabos (1971a) also metion Typha latifolia as a host plant; this is intriguing, since no single Cerodontha is known to occur on Typha (Nowakowski, 1973a). Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a) mention, next to Iris, also Belamcanda, Gladiolus and Typha; confirmation is urgently needed here.

fenologie Larven van juni tot october (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in June-October (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a [als Dizyomyza morosa], 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a [as Dizygomya morosa], 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, en van Ierland tot Wit-Rulsnad en Roemenië (Fauna Europaea, 2007); ook Corsica (Buhr, 1941b).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, and from Ireland to Belarus and Roumania (Fauna Europaea, 2007)); also Corsica (Buhr, 1941b).

synoniemen C. ircos; C. ireos: misspelling; Phytobia iraeos; Dizygomyza morosa: de Meijere, 1925a.

synonyms C. ircos; C. ireos: misspelling; Phytobia iraeos; Dizygomyza morosa: de Meijere, 1925a.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Allen (1958a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1979a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beuk (2002a), Bland (1994b), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Dempewolf (2001a), Dursun, Civelek, Barták, Kubík, Yildirim & Černý (2015a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hering (1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Manning (1956a), de Meijere (1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1976a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1986a, 1998a), Papp & Černý (2016a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Stolnicu (2008a), Süss (1999a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a).

28/03/2017