Cerodontha lateralis (Macquart, 1835)

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gangmijn, meestal in de onderste helf van de bladschijf, van onder naar boven lopend en niet meer dan halve breedte ban het blad innemend. Nooit meer dan één larve in een mijn. Frass in groene vegen. Verpopping in de mijn.

mine Upper surface corridor, mostly in the lower half of the blade, running upwards, and never occuping more than half the width of the leaf. Larva solitary. Frass in green smears. Pupation inside the mine.

waardplanten: Paceae, nauw oligofaag: Triticeae

hostplants: Poaceae, narrowly oligophagous: Triticeae

Agropyron; Dactylis; Elytrigia repens; Hordeum vulgare; Secale cerale; Triticum aestivum & subp. spelta.

Vermeldingen van andere dan de genoemde waardplanten zijn gebaseerd op onjuiste determinaties (Nowakowski, 1973a). Elytrigia repens is de voornaamste waardplant.

Records from other hostplants than the ones mentioned are based on misidentifications (Nowakowski, 1973a). Elymus repens is the main hostplant.

fenologie Larven van juni-september (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in June-September (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea (2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1996a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX not recorded (Fauna Europaea (2007).

verspreiding binnen Europa van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Italië, Servië en Thracië, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea (2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, Italy, Serbia and Thrace, and from the UK to Poland (Fauna Europaea (2007).

larve Beschreven door Hering (1931e), Nowakowski (1973a) en Venturi (1935a). De twee naar achteren gerichte armen van het kopskelet zijn grotendeels donker. De achterspiracula lateraal met een zwarte, fijnbestekelde wrat die echter niet zo groot is dat hij de erachter gelegen tracheebuis onzichtbaar maakt.

larva Descrribed by Hering (1931e), Nowakowski (1973a) and Venturi (1935a). The two rear arms of the cephalic skeleton dark form most of their length. Rear spiracula laterally with a black, finely spinulose wart, wich is not so large that it covers the tracheal tube behind it.

synoniemen Dizygomyza, Phytobia lateralis; Cerodontha vittigera (Zetterstedt, 1848), C. variceps (Zetterstedt, 1860), C. laminata (Brischke, 1880).

synonyms Dizygomyza, Phytobia lateralis; Cerodontha vittigera (Zetterstedt, 1848), C. variceps (Zetterstedt, 1860), C. laminata (Brischke, 1880).

opmerkingen Behoort in het subgenus Poemyza (Nowakowski (1973a).

De opgaven van deze soort uit Nederland zijn door Nowakowski in twijfel getrokken, wegens mogelijke verwarring met C. superciliosa. Recentelijk verzameld Nederlands materiaal behoort echter met zekerheid tot C. lateralis.

notes Member of the subgenus Poemyza (Nowakowski (1973a).

Nowakowski was doubtful about the Dutch records of this species, because of poossible confusion with C. superciliosa. However, material collected recently in the Netherlands unequivocally belongs to C. lateralis.

literatuur

references

Beiger (1970a, 1979a, 1989a), Benavent ao (2004a), Beuk (2002a), Černý (2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dempewolf (2004a), Doorman (1962a), Gil Ortiz (2009a), Griffiths (1962a), Hering (1926b, 1930b, 1931e, 1955b, 1956a, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Maček (1999a), de Meijere (1924a, 1939a), Nowakowski (1973a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Sønderup (1949a), Spencer (1956a, 1972a, 1973b, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a), Vála & Rohacek (1983a), Venturi (1934a, 1935a), Zlobin (1986b).

22/10/2014