Cerodontha luctuosa (Meigen, 1830)

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange, grotendeels interparenchymale gangmijn. Frass in één grote klomp. Tot drie larven in een mijn. Verpopping in de mijn.

mine Long, for most part interparenchymatous, corridor. Frass in one big clump. Up to three larvae in a mine. Pupation within the mine.

waardplanten: Juncaceae, monofaag

hostplants: Juncaceae, monophagous

Juncus articulatus, bufonius, conglomeratus, effusus, inflexus.

Vermeldingen van andere plantengeslachten zijn het gevolg van misdeterminaties (Nowakowski, 1973a).

Rerences to other plant genera are due to misidentifications (Nowakowski, 1973a).

fenologie Larven van juni tot september (Nowakowski, 1973a); overwintering als puparium in de mijn (Karl, 1926a).

phenology Larvae from June to September (Nowakowski, 1973a); hibernation as puparium in the mine (Karl, 1926a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE weliswaar schrijft de Meijere (1941a) dat hij de soort bjj Amsterdam gevonden heeft, maar hij vermeldde daarbij Carex hirta als waardplant. De ware luctuosa werd pas in 2011 waargenomen te Hoenderloo.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE de Meijere (1941a) wrote that he had found the species near Amsterdam, but the hostplant he mentioned is Carex hirta. The true luctuosa was found as late as 2011 at Hoenderloo.

LUX not recorded Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Europa westelijk van Finland - Wit-Rusland - Servië (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Europe west of Finland - Belarus - Serbia (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Nowakowski (1973a). Achterspiraculum met 3 klauwachtige papillen. Ook de Meijere (1928a, 1934a, 1941a, 1950a) bespreekt en beschrijft de larve (deels als effusi) maar een deel van het besproken materiaal is afkomstig van Carex hirta en heeft betrekking op Cerodontha hirtae Nowakowski.

larva Described by Nowakowski (1973a). Rear spiraculum with 3 clawlike papillae. Also de Meijere (1928a, 1934a, 1941a, 1950a) discussed and described the larva (partly as als effusi) but part of his material comes from Carex hirta and refers to Cerodontha hirtae Nowakowski.

synoniemen Dizygomyza, Phytobia luctuosa; Dizygomyza effusi Karl, 1926.

synonyms Dizygomyza, Phytobia luctuosa; Dizygomyza effusi Karl, 1926.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Groschke (1954a), Hering (1926b, 1955b, 1957a), Karl (1926a), Maček (1999a), de Meijere (1928a, 1934a, 1941a, 1949a), Michalska (1976a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1990a, 1998a), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a, 1999a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1966b, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a), Withers (2007a), Zoerner (1970a)

19/10/2014