Cerodontha muscina (Meigen, 1830)

Diptera, Agromyzidae

mijn Brede onderzijdige gang die meestal afdaalt vanuit de bladtop. De mijn is wat onregelmatig van diepte. Frass in onregelmatige zwartgroene, vaak ietwat vervloeide korrels, meeste langs de randen van de mijn. Larve solitair. Verpopping meestal in de mijn.

mine Broad, lower-surface corridor that mostly descends from the leaf tip. The mine is somewhat irregular in depth. Frass in irregular, green-blaock, sometimes a bit deliquescent granules, mostly along the sides. Larva solitary. Pupation generally within the mine.

waardplanten: Poaceae, breed oligofaag

hostplants: Poaceae, widely oligphagous

Agropyron; Bromus; Dactylis; Echinochloa crus-galli; Ehrharta; Elytrigia repens; Festuca ovina; Hierochloe odorata; Holcus mollis; Hordeum murinum; Lolium multiflorum; Milium effusum; Ochlopoa annua; Poa nemoralis; Schedonorus giganteus.

Vermeldingen van Phalaris hebben betrekking op C. phalaridis, van Calamagrostis op C. calamagrostidis (Nowakowski, 1973a).

Records from Phalaris refer to C. phalaridis, of Calamagrostis to C. calamagrostidis (Nowakowski, 1973a).

fenologie Larven in juni-october (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in June-October (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1995a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus, 1995a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Oostenrijk en Servië, en van Engeland tot Wit-Rusland (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, Austria and Serbia, and from England to Belarus (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Nowakowski (1973a). De beschrijving door de Meijere (1928a) is van een larve van Calamgrostis.

larva Described by Nowakowski (1973a). The description by de Meijere (1928a) is after a larva taken from Calamagrostis.

puparium Zwart met blauwe of violette glans, afgeplat en vrij diepe insnoeringen tussen de segmenten. Achterspiracula op twee kegelvormige uiteenwijkende bulten, dolkachtig uitgetrokken, steken door de epidermis van de mijn naar buiten; het geheel lijkt wat op een hoge M.

puparium Metallic black with a violet or blue shine, flattened, and with the intersegmental constrictions fairly deep. Rear spiracula on two conical, divergent protuberances, drawn out in the shape of a dagger; they penetrate the epidermis. The spiracula with their base look like a high M.

synoniemen Dizygomyza, Phytobia, Poemyza muscina.

synonyms Dizygomyza, Phytobia, Poemyza muscina.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

notes Belongs tot the subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1979a), Beuk (2002a), Černý (2001a, 2007a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dursun, Civelek, Barták, Kubík, Yildirim & Černý (2015a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Hering (1924b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), de Meijere (1924a, 1928a, 1939a), Michalska (1976a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b, 1998a), Parmenter (1949a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a, 1999a), Spencer (1972a,b, 1976a), Starke (1942a), Süss (1982a, 1999a), Zlobin (1984a, 1986b).

22/01/2017