Cerodontha phragmitidis Nowakowski, 1967

Diptera, Agromyzidae

Phragmites australis, Nieuwendam

12959

Phragmites australis, Nieuwendam

puparium in de mijn

15406

puparium in the mine

mijn Langgerekte blaasmijn, meestal in het distale deel van het blad, meestal interparenchymaal, minder vaak onderzijdig, en zelden bovenzijdig. Vrij weinig frass in vrij grote korrels, verspreid in de mijn. Meestal 1 larve per mijn. De verpopping is bijna altijd in de mijn.

mine Elongated blotch, usually in the distal part of the blade. The mine is mostly interparenchymatous, less frequently lower-surface, and rarely upper-surface. Rather little frass, in fairly large grains, scattered in the mine. Larva generally solitary. Pupation almost always within the mine..

waardplanten: Poaceae, monofaag

hostplants: Poaceae, monophagous

Phragmites australis

Een vermelding door de Meijere (1928a) van Calamagrostis epigeios berust welzeker op een misverstand.

A reference toCalamagrostis epigeios in de Meijere (1928a) must be a misunderstanding.

fenologie Larven in juni-september, soms ook mei en october (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in June-September, less often also May and October (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs & De Bruyn, 1992a).

NE waargenomen (de Meijere (1924a,als C. atra).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs & De Bruyn, 1992a).

NE recorded (de Meijere (1924a,as C. atra).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Frankrijk, en van Engeland tot de Baltische Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to France, and from the UK to the Baltic States and Hungary (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Cerodontha atra: Hendel, Hering, de Meijere e.a.

synonyms Cerodontha atra: Hendel, Hering, de Meijere a.o.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

Een enkele maal nam ik waar dat de achterspiracula liggen voor twee kleine gaatjes in de bladepidermis; hoe die gemaakt worden is niet duidelijk.

notes Member of the subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

A few times I noted two minuscule perforations in the leaf epidermis where this was touched by the rear spiracula; how thery were made is unclear.

literatuur

references

Beuk (2002a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Dursun, Civelek, Barták, Kubík, Yildirim & Černý (2015a), Griffiths (1962a), Kabos (1971a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Nartshuk (2011a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1993a), Papp & Černý (2016a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a, 1996a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Spencer (1954a, 1972a, 1976a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

28/03/2017