Cerodontha pygmaea (Meigen, 1830)

Diptera, Agromyzidae

mijn Brede langgerekte blaasmijn. Frass groenig. Gewoonlijk een aantal larven samen in een mijn. Verpopping in de mijn. De zwarte puparia zijn elk met een spinseldraadje aan het achtereind verankerd in de mijn. Alleen aan de hand van de larven te onderscheiden van C. incisa.

mine Broad elongated blotch. Frass greenish. Larvae generally communal. Pupation within the mine. The black puaria are individially anchored within the mine with a silken thread attached at their rear end. Distinguishable from C. incisa only by means of the larva.

waardplanten: Poaceae, breed oligpfaag

hostplants: Poaceae, broadly oligophagous

Agrostis capillaris, stolonifera; Ammophila arenaria; Anisantha tectorum; Apera spica-venti; Arrhenatherum elatius; Avena sativa; Avenula; Brachypodium pinnatum, sylvaticum; Calamagrostis arundinacea, canescens, epigeios; Calammophila baltica; Dactylis glomerata & subp. lobaata; Deschampsia cespitosa; Drymochloa sylvatica; Elymus caninus; Elytrigia repens; Glyceria; Holcus lanatus; Hordeum vulgare; Lolium perenne; Melica nutans; Milium effusum; Molinia caerulea; Phalaris; Phleum pratense; Phragmites australis; Poa compressa, pratensis, trivialis; Schedonorus giganteus; Secale cereale; Setaria pumila; Triticum aestivum.

fenologie Larven in (mei) juni-september (october) (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in (May) June-September (October) (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs & De Bruyn, 1992a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Scheirs & De Bruyn, 1992a).

NE recorded (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, Italë en Servië, en van Ierland tot de Baltische Staten en Hongarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula, Italy and Serbia, and from Ireland to the Baltic States and Hungary (Fauna Europaea, 2007).

larve Achterspiraculum met drie klauwachtige papillen. Naast en onder de basis ervan een grote zwarte wrat, met een goed herkenbare donker gekleurde wortel (Nowakowski, 1973).

larva Rear spiraculum with three claw-shaped papillae. At their outside, half-ventrally, a relatively large black wart with a deep, well-visible root (Nowakowski, 1973).

puparium Diepzwart, glimmend metaalviolet of blauw. De achterspiracula op een gemeenschappelijke sokkel (Nowakowski, 1973a).

puparium Metallic black with a violet or blue shine. Rear spiracula on a common base (Nowakowski, 1973a).

synoniemen Dizygomyza, Phytobia pygmaea; Cerodontha verrucosa (Hendel, 1931).

synonyms Dizygomyza, Phytobia pygmaea; Cerodontha verrucosa (Hendel, 1931).

opmerkingen Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a, 1989a), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý (2007a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a, 1963b), Hering (1924b, 1927a, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a) , Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Michna (1975a), Nartshuk (2011a), Nowakowsi (1973a), Pakalniškis (1990a, 1998a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1953a, 1957a, 1972a,b, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a), Withers (2007a), Zoerner (1970a)

22/01/2017