Cerodontha rohdendorfi Nowakowski, 1967

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange onder- of bovenzijdige blaas in het topgedeelte van het blad, die de hele breedte van het blad beslaat. Frass in enkele klompjes. Verpopping in de mijn.

mine Long, lower- or upper-surface blotch in the apical part of the leaf, occupying the entire width of the blade. Frass in a few lumps. Pupation internal.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophagous

Poa chaixii; Schedonorus pratensis.

fenologie Larven in augustus-september, mogelijk ook juni; waarschijnlijk twee generaties.

phenology Larvae in August - September, possibly also June; probably two generations.

verspreiding binnen Europa Finland, Polen en Tsjechie (Fauna Europaea, 2010); Engeland (Gibbs, 2005a); Zwitserland (Černý & Merz, 2007a); Italië (Süss, 1999a).

distribution within Europe Finland, Poland, and Czechia (Fauna Europaea, 2010); Britain (Gibbs, 2005a); Switzerland (Černý & Merz, 2007a); Italy (Süss, 1999a).

larve Mandibels met twee tanden, alternerend. Voorspiraculum twee-armig, met 13-17 papillen. Achterspiraculum met vier, verlengde en gekromde papillen en aan de buitenzijde aan de basis een fijn-bestekelde zwarte wrat.

larva Mandibles with two teeth, alternating. Anterior spiraculum two-armed, with 13-17 papillae. Posterior spiraculum with four, elongated and curved papillae and at its outside a finely spinulose black wart.

puparium Breed-ovaal, 1.5-2 mm lang, rood- tot zwartbruin; achterspiracula op twee heel lage, ver uiteenliggende sokkels.

puparium Broadly oval, 1.5 - 2 mm long, reddish to blackish brown; rear spiracula on two low, well separated, bases.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Butomyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Butomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Černý & Merz (2007a), Gibbs (2005a), Nowakowsi (1973a), Papp & Černý (2016a), Spencer (1976a), Süss (1999a).

28/03/2017