Cerodontha scirpi (Karl, 1926)

Diptera, Agromyzidae

mijn Zeer lange bovenzijdige gangmijn, uiteindelijk ongeveer 1/3 van de bladbreedte innemend. De mijn begint meestal halverwege het blad, loopt naar beneden, en eindigt bijna altijd in de bladschede, een enkele maal vlak daarboven. Kort voor de verpopping wordt alle frass in één grote klomp gedeponeerd. Het puparium bevindt zich in de mijn, en overwintert daar ook.

mine Very long upper-surface corridor, in the end about 1/3 of the width of the leaf. The mine usually begins about halfway the blade and descends generally to within the leaf sheath, rarely just above. Just before pupation all frass is deposited in one big mass. Puparium within the mine, where it also passes the winter.

waardplanten: Cyperaceae, nauw oligofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly oligophagous

Bolboschoenus maritimus; Scirpussylvaticus.

S. sylvaticus is de voornaamste waardplant.

S. sylvaticus is the main hostplant.

BENELUX

Niet bekend uit uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Duitsland, en van Engeland tot Litouwen en Hongarijë; ook Bulgarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to Germany, and from the UK to Lithuania and Hungary; also Bulgaria (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door de Meijere (1928a, 1937a), Nowakowski (1973a) en Dempewolf (2001a). Voorspiraculum zeer groot, gegaffeld, met 24-30 papillen; ook de achterspiracula zijn groot, met 3 haakvormige papillen. Lichaam geel.

larva Described by de Meijere (1928a, 1937a), Nowakowski (1973a) and Dempewolf (2001a). Front spiraculum very large, bifid, with 24-30 papillae. Rear spiraculum large as well, with 3 hook-like papillae. Body yellow.

puparium Sterk afgeplat met diepe insnoeringen tussen de segmenten; de kleur loopt van geelbruin tot roodbruin (Karl, 1926a; Nowakowski, 1973a).

puparium Strongly depressed with deep intersegmental incisions; the colour ranges from yellowish brown to reddish brown (Karl, 1926a; Nowakowski, 1973a).

synoniemen Dizygomyza, Phytobia scutellaris: auct. (De waardplant van Cerodontha scutellaris (von Roser, 1840) is niet bekend, vermoedelijk is het een Carex; alle verwijzingen naar Scirpus als waardplant hebben betrekking op C. scirpi [Nowakowki, 1973a]).

synonyms Dizygomyza, Phytobia scutellaris: auct. The host plant of Cerodontha scutellaris (von Roser, 1840) is unknown, probably a Carex; all references to Scirpus as a host relate to C. scirpi [Nowakowki, 1973a]).

opmerkingen Behoort tot het subgenus Butomomyza Nowakowski (1973a).

notes Member of the subgenus Butomomyza Nowakowski (1973a).

literatuur

references

Beiger (1958a, 1965a), Černý (2001a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Dempewolf (2001a), Hering (1930b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Karl (1926a), Kvičala (1938a), de Meijere (1928a, 1937a), Michalska (1972a, 1976a), Nowakowski (1973a), Pakalniškis (1993a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1972a, 1976a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a), Vála & Rohacek (1983a)

12/04/2012