Cerodontha silvatica (Groschke, 1957)

Diptera, Agromyzidae

mijn Lange, vrij smalle mijn, bovenzijdig of interparenchymaal. De mijn verandert zeker tweemaal van richting. Vaak eindigt de mijn in de bladschede. Frass in één of twee grote klompen.

mine Long, rahter narrow upper-surface or interparenchymatous corridor. The mine changes direction at least twice, and often ends within the leaf sheath. Frass in one or two big lumps.

waardplanten: Juncaceae, nauw monofaag

hostplants: Juncaceae, narrowly monophagous

Luzula sylvatica.

fenologie Larven in april-september (zelden november) (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae in April-Spetember, rarely November (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea).

verspreiding binnen Europa Engeland, Duitsland, Polen, Tsjechië, Hongarijë (Fauna Europaea).

distribution within Europe UK, Germany, Poland, Czechia, Hungary (Fauna Europaea).

larve Achterspiracula ver uiteen, met drie sterk verlengde papillen, die als de tenen van een kip recht afstaan van hun basis (Nowakowski, 1973a).

larva Rear spiracula widely separated, each with three strongly elongated papillae, that stand out from their base like a hen's toes (Nowakowski, 1973a).

synoniemen Phytobia silvatica.

synonyms Phytobia silvatica.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Dizygomya (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Dizygomya (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Vála (1996a), Gibbs (2003a), Groschke (1957a), Nowakowski (1973a), Papp & Černý (2016a), von Tschirnhaus (1999a).

28/03/2017