Cerodontha spencerae Zlobin, 1993

Diptera, Agromyzidae

mijn Brede onderzijdige blaas, meestal in het topdeel van het blad. Frass in spaarzame, geleidelijk groter wordende korrels. Verpopping buiten de mijn.

mine Broad lower-surface blotch, usually in the top portion of the leaf. Frass in rather few, gradually larger grains. Pupation external.

waardplanten: Poaceae, nauw monofaag

hostplants: Poaceae, narrowly monophagous

Elytrigia repens.

fenologie Larven in juli, augustus; overwintert als puparium.

phenology Larvae in July, August; hibernates as puparium.

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot Tsjechië en Slowakijë, en van Polen tot Wit-Rusland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Sweden to Czechia and Slovakia, and from Poland to Belarus (Fauna Europaea, 2010).

larve Voorspiraculum knopvormig, met 7-9 papillen. Achterpsiraculum met drie papillen; een ervan kort en gedrongen, de twee andere vergroeid en uitgetrokken tot een brede doorn.

larva Front spiraculum bud-shaped, with 7-9 papillae. Rear spiraculum with three papillae; one is short and compact, the other two are fused and drawn into a broad spine.

puparium Geelbruin.

puparium Yellowish brown.

synoniemen Cerodontha inconspicua: auct. nec (Malloch, 1913).

synonyms Cerodontha inconspicua: auct. nec (Malloch, 1913).

opmerkingen Behoort tot het subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Poemyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Černý & Vála (1996a), Nowakowsi (1973a), Pakalniškis (1993a, 1998a), Papp & Černý (2016a), Spencer (1976a), Süss (1999a), Zlobin (1986a,b).

28/03/2017