Cerodontha spinata (Groschke, 1954)

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gangmijn die eindigt in de bladschede. Tenminste tweemaal treedt er in de gangloop een richtingsverandering op. Frass in één grote klomp. Puparium in de mijn, gewoonlijk in de bladschede, vlakbij de laatste frassprop.

mine Upper-surface corridor that ends in the leaf sheath. At least twice the corridors reverses its direction. Frass in one big lump. Puparium inside the mine, generally in the leaf sheath, close to the frass mass.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Carex pilosa, sylvatica

C. sylvatica is de voornaamste waardplant.

C. sylvatica is the main hostplant.

fenologie Larven van maart tot juni (Nowakowski, 1973a).

phenology Larvae from March-June (Nowakowski, 1973a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Engeland, Duitsland, Polen, Tsjechië, Oostenrijk (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe UK, Germany, Poland, Czechia, Austria (Fauna Europaea, 2007).

puparium Zoals bij Cerodontha regel is heeft de larve op de thorax ventraal en dorsaal, deels gepaarde, uitstulpingen. Bij deze soort steken de gepaarde uitsteeksel van het pronotum in het popstadium als twee opvallende stekels door de wand van het puparium naar buiten.

puparium Like is a common ruke in the genus Cerodontha, the larval thorax has both ventrally and dorsally, sometimes paired, protuberances. In this species the paired projections of the pronotum in the pupal stage penetrate the wall of the puparium as two conspicuous spines.

opmerkingen Behoort tot het subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

notes Member of the subgenus Dizygomyza (Nowakowski, 1973a).

literatuur

references

Beiger (1970a), Černý (2013a), Černý & Merz (2007a), Gibbs (2002a, 2004a), Groschke (1954a), Hering (1955a, 1957a), Nowakowski (1973a), Papp & Černý (2016a), von Tschirnhaus (1999a).

28/03/2017