Cheilosia rhodiolae Schmid, 2000

Diptera, Syrphidae

mijn Eén witte, elliptische ei wordt buitenop het blad afgezet, meestal onderzijdig; de larve dringt rechtstreeks vanuit het ei het blad binnen. De eerste mijn is een smal gangetje in de richting van de bladtop, dat vervolgens wordt verbreedt tot een blaas. Omdat de blaadjes van de waardplant vrij klein zijn, moet de larve daarna nog een aanzienlijk aantal bladeren uitmijnen. Deze worden binnengegaan aan de onderzijde van de bladbasis. Frass als zwarte korels in de mijn. Verpopping extern.

mine One white, elliptic egg is deposited on the leaf, generally at the underside. The larva penetrates the leaf directly from the egg. The first mine is a narrow corridor running towards the leaf tip, that is widened to a blotch. Because the leaves of the hostplant are rather small, the larva needs to mine a considerable number of leaves. Theese are entered by biting an entrance in the underside of the leaf base. Frass as black grains in the mine. Pupation external.

waardplanten: Crassulaceae, monofaag

hostplants: Crassulaceae, monophagous

Rhodiola rosea.

Experimenteel is aangetoond dat Sedum telephium als waardplant niet in aanmerking komt.

It was shown experimentally that Sedum telephium is not acceptable as a hostplant.

fenologie Larven zijn midden agustus volgroeid; overwintering als puparium.

phenology Larvae are full fed in mid August; hibernation as puparium.

verspreiding binnen Europa Oostenrijk (Fauna Europaea, 2010). Wellicht ook Noorwegen, Bulgarijë en Slovenië (vermeldingen van Ch. semifasciata op Rhodiola).

distribution within Europe Austria (Fauna Europaea, 2010). Possibly also Norway, Bulgaria and Slovenia (reports of Ch. semifasciata on Rhodiola).

larve Uitvoerig beschreven door Schmid (2000a). De voornaamste verschillen met Ch. semifasciata zijn: mandibel met 7-8 tandjes (C.s.: 6); abdomen glad (C.s.: fijn behaard) en de tot één adembuis vergroeide achterspiracula met 5+5 openingen (C.s.: 3+3).

larva Extensively described by Schmid (2000a). The main differences with Ch. semifasciata are: mandible with 7-8 teeth (C.s.: 6); abdomen smooth (C.s.: finely hairy) and the rear spiracula, that are fused to one spiracular tube, with 5+5 openings (C.s.: 3+3).

puparium Lichtbruin.

puparium Light brown.

opmerkingen Gebergtesoort; alle waarnemingen zijn gedaan boven de 2000 m.

notes Mountain species; all observations were made above 2000 m.

literatuur

references

Schmid (2000a).

23/07/2010