Chromatomyia aizoon (Hering, 1932)

Diptera, Agromyzidae

mijn Onopvallende, bovenzijdige, geleidelijk breder wordende gang, uiteindelijk bijna een blaas. Verpopping in de mijn.

mine Inconspicuous, upper-surface, gradually widening corridor, in the end almost a blotch. Pupation within the mine.

waardplanten: Saxifragaceae, monofaag

hostplants: Saxifragaceae, monophagous

Saxifraga paniculata, rotundifolia.

fenologie Larven in juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Polen, Tsjechië, Zwitserland, Oostenrijk (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Poland, Czechia, Switzerland, Austria (Fauna Europaea, 2009).

puparium Wittig, met frass in de mijn vastgekit. Hering (1931f) beeldt de spiracula af.

puparium Whitish, glued with frass to the inside of the mine. Hering (1931f) illustrates the spiracula.

literatuur

references

Beiger (1979b), Černý & Merz (2007a) , Griffiths (1972a), Hering (1931f, 1957a), Maček (1999a).

22/01/2017