Chromatomyia alpigenae (Hendel, 1925)

Diptera, Agromyzidae

mijn Langgerekte blaas bovenop de hoofdnerf, waarvanaf en groot aantal maximaal 2 mm brede gangetjes loodrecht aftakt; in elk gangetje zit een larve. Verpopping buiten de mijn.

mine Elongated blotch on top of the midrib, from which radiate a number of linear corridors, 2 mm broad at most, each containing a larva. Pupation outside the mine.

waardplanten: Caprifoliacee, monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, monophagous

Lonicera alpigena, caerulea, nigra, xylosteum.

fenologie Larven in juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July - August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland en Polen tot Corsica en Italie (de Meijere, 1938a; Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Germany and Poland to Corsica and Italy (de Meijere, 1938a; Fauna Europaea, 2009).

larve Beschreven door de Meijere (1938a). Frontaal aanhangsel aanwezig; mandibel met twee stompe tanden, alternerend; voorspiraculum knopvormig, achterspiraculum boogvormig met ca 18 papillen.

larva Described by de Meijere (1938a). Frontal appendage present; mandible with 2 blunt teeth, alternating; front spiraculum knob-like, rear spiraculum with about 18 papillae in an arc.

pop Beschreven door de Meijere (1928a); donkerbruin.

pupa Described by de Meijere (1928a); dark brown.

synoniemen Phytomyza alpigenae.

synonyms Phytomyza alpigenae.

literatuur

references

Černý & Merz (2007a), Griffiths (1974a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), de Meijere (1928a.1938a), von Tschirnhaus (1999a).

modif. 4.vi.2009

ß