Chromatomyia farfarella (Hendel, 1935)

Diptera, Agromyizidae

mijn Bovenzijdige, minder vaak onderzijdige, gangmijn. Frass in geïsoleerde korreltjes. Het puparium wordt in de mijn gevormd, meestal aan de onderzijde; meestal is het puparium wit of geelwit van kleur, De voorspiracula steken als bruine haakjes door de epidermis naar buiten.

mine Upper-surface, less often lower-surface corridor. Frass in isolated grains. Puparium within the mine, usually at the lower surface, white or yellowish white in colour. Front spiracula penetrate the plant epidermis as fine brown hooks.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Leontodon; Taraxacum officinale.

fenologie Waarschijnlijk twee generaties (Robbins, 1991a).

phenology Probably bivoltine (Robbins, 1991a).

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot de Pyreneeën, en van Ierland tot Polen; ook Ijsland en Servië (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Scandinavia to the Pyrenees, and from Ireland to Poland; also Iceland and Serbia (Fauna Europaea, 2007).

larve Achterspiraculum met 6-9 papillen.

larva Rear spiraculum with 6-9 papillae.

synoniemen Phytomyza farfarella.

synonyms Phytomyza farfarella.

opmerkingen Volgens de beschikbare literatuur zijn mijnen en larven niet te onderscheiden van die van Ch. horticola en syngenesiae, waarmee farfarella ook nauw verwant is. Griffiths (1967a) merkt echter op dat farfarella, in tegenstelling tot de twee andere soorten, beperkt lijkt te zijn tot ongestoorde terreinen.

De soort wordt niet genoemd door Hering (1957a) in zijn tabellen.

notes According to the available literature only adult specimens can be distinguished from farfarella's close relatives Ch. horticola and syngenesiae. Griffiths (1967a) remarks that farfarella, contrary to the other two species seems to be restricted to undisturbed habitats.

The species is not mentioned in the keys by Hering (1957a).

literatuur

references

Griffiths (1967a), Hering (1967a), Pakalniškis (1998a), Robbins (1991a), Spencer (1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a).

23/01/2017