Chromatomyia fuscula (Zetterstedt, 1838)

Diptera, Agromyzidae

mijn Wittige, bovenzijdige, gangmijn die halverwege de bladschijf ligt en naar beneden afdaalt. Frass in duidelijke zwarte korrels die ver (verder dan hun diameter) uiteenliggen. Verpopping in de mijn; de voorspiracula steken door de epidermis naar buiten.

mine Whitish, upper-surface, descending corridor, about halfway the blade. Frass in distinct black grains that are lying further apart than their diameter. Pupation in the mine; front spiracula penetrate the plant epidermis.

waardplanten: Poaceae, breed oligofaag

hostplants: Poaceae, broadly polyfagous

Alopecurus pratensis; Arrhenatherum elatius; Avena sativa; Avenula pubescens; Bromopsis erectus; Dactylis glomerata; Glyceria nbotata; Holcus lantus; Hordeum vulgare; Ochlopoa annua; Phalaroides arundinacea; Phleum pratense; Poa trivialis; Schedonorus giganteus; Secale cereale, Triticum aestivum.

fenologie Larven in april-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in April-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE Uit Nederland vermeld door Beuk (2002a), maar zonder bronvermelding, en waarschijnlijk ten onrechte.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

NE Mentioned as occurring in the Netherlands by Beuk (2002a), but without referencce, and probably in error.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot de Pyreneeën, Italië en Servië, en van Frankrijk tot Polen (Fauna Europaea, 2007); ook Turkijë (Mart, Tursun & Civelek, 2005a).

distribution within Europe From Scandinavia to the Pyrenees, Italy and Serbia, and from France to Poland (Fauna Europaea, 2007); also ; ook Turkey (Mart, Tursun & Civelek, 2005a).

larve Voorspiraculum met 18-20, achterspiraculum met 8 papillen; beide zijn vuistvormig. (Het achterspiraculum dus niet dolkvormig, als bij Ch. milii).

larva Front spiraculum with 18-20, rear spiraculum with 8 papillae; both are fist-shaped. (The rear spiraculum this isn't dagger-shaped, like in Ch. milii).

puparium Het oranjebruine puparium is goed te onderscheiden van dat van Ch. nigra doordat het aan de onderzijde een donkere brede lengteband heeft.

puparium The orange-brown puparium can easily be discriminated from that of Ch. nigra because the ventral surface has a broad dark length zone.

synoniemen Phytomyza fuscula; P. avenae de Meijere, 1926; Ph. brevicornis Hendel (1934); Ph. dura (Curran, 1934); Ph. obscurifrons (Strobl, 1910); Ph. subcutanea (Bjerkander, 1793).

synonyms Phytomyza fuscula; P. avenae de Meijere, 1926; Ph. brevicornis Hendel (1934); Ph. dura (Curran, 1934); Ph. obscurifrons (Strobl, 1910); Ph. subcutanea (Bjerkander, 1793).

opmerkingen De Meijere (1926a) beschreef avenae zonder vermelding van de herkomst. Pas later, 1934a, vermeldde hij deze: niet, zoals te verwachten was, Nederland, maar Zweden. Mogelijk is dit de achtergrond van de opname van fuscula in de Nederlandse naamlijst door Beuk (2002a). De soort wordt niet als Nederlands vermeld door de Meijere (1939a).

In Scandinavië een ernstige plaag op haver en gerst (Darvas & Andersen, 1996a; Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

Heel ongewoon is dat de soort als volwassen dier overwintert, en in die tijd ook actief is (Andersen, 1991a; Hågvar & Greve 2004a).

notes De Meijere (1926a) forgot to indicate an origin when describing his avenae. Only later (1934a) this was disclosed, and turned out the be not the Netherlnds, but Sweden. Perhaps this is the background of Beuk's (2002a) inclusion of fuscula in the Dutch list. The species is not mentioned in de Meijere's final checklist of Dutch Diptera of 1939a.

In Scandinavia a serious pest on Oat and Barley (Darvas & Andersen, 1996a; Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

Surprisingly, the species hibernates in the adult stage, and is active in that season (Andersen, 1991a; Hågvar & Greve 2004a).

literatuur

references

Andersen (1991a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1955a, 1960a, 1970a, 1979a, 1989a), Beuk (2002a), Černý (2001a, 2007a, 2011a, 2013a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Darvas & Papp (1985a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Gallo (1996a), Griffiths (1980a), Hågvar & Greve (2004a), Hågvar, Hofsvang, Trandem & Grendstad-Sæterbø (1998a), Hågvar, Trandem & Hofsvang (2000a), Hering (1955b, 1957a), Iwasaki (1995a), Mart, Tursun & Civelek (2005a), de Meijere (1926a, 1934a), Pakalniškis (1990a), Robbins (1991a), Rydén (1951b), Spadic (1991a), Spencer (1959a, 1973b, 1976a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Vála & Rohacek (1983a).

23/01/2017