Chromatomyia gentianae (Hendel, 1920)

Diptera, Agromyzidae

Gentiana cruciata, Amstelveen, JP Thijssepark

8277

Gentiana cruciata, Amstelveen, JP Thijssepark

mijn De mijn is aanvankelijk een bovenzijdige blaasje, van waaruit stervormig gangen uitgaan. Naarmate die talrijker en langer worden ontstaat een secundaire blaasmijn. Frass in parelsnoertjes. Verpopping in de mijn; de voorspiracula van het witte puparium steken door de epidermis naar buiten.

mine The mine begins as a small upper-surface blotch, from which corridors radiate. Wile these become longer and more numerous a secondary blotch develops. Frass in pearl strings. Pupation within the mine. The front spiracula of the white puparium penetrate the plant epidermis.

waardplanten: Gentianaceae, oligofaag

hostplants: Gentianaceae, oligophagous

Centaurium erythraea; Gentiana asclepiadea, cruciata, lutea, pannonica, pneumonanthe, punctata, septemfida, tibetica; Gentianella; Veratrum album.

fenologie Larven in juli en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE waargenomen (Beuk, 2002a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2007).

NE recorded (Beuk, 2002a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Litouwen tot het Iberisch Schiereiland, en van Nederland tot Italië; ook Bulgarijë (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe From Lithuania to the Iberian Peninsula, and the the Netherlands to Italy; also Bulgaria (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Phytomyza gentianae; Ph. veratri Hering, 1941; Chromatomyia hecate Pakalniškis, 1998.

synonyms Phytomyza gentianae; Ph. veratri Hering, 1941; Chromatomyia hecate Pakalniškis, 1998.

opmerkingen In kleine planten kunnen de larven ook in de stengel gaan mineren (Buhr, 1964a).

Beri (1971e) beschrijft de larve van een ongedetermineerde Lamiaceae uit India. Het is niet aan te nemen dat zijn determinatie correct is.

notes In small plants the larvae can also mine the stem (Buhr, 1964a).

Beri (1971e) describes the larva from an unindentified Lamiaceae in India. It is most improbable that his identification is correct.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1960a, 2005a), Beri (1972e), Beuk (2002a), Buhr (1941a, 1964a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1996a), Csóka (2003a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Godfray (2015a), Griffiths (1962a), Hartig (1939a), Hering (1926b, 1928a, 1941a, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1926a, 1941a), Pakalniškis (1989b), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Skala (1936a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1972a), Starý (1930a), Süss (1982a, 1992a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a).

29/09/2015