Chromatomyia horticola (Goureau, 1851)

Diptera, Agromyzidae

Brassica napus, Hongarije, Mosonmagyaróvár © László Érsek

Chromatomyia horticola: minres on Brassica napus

Brassica napus, Hungary, Mosonmagyaróvár © László Érsek

detail

Chromatomyia horticola: opened mine

detail

pop in popppenwieg, larve

Chromatomyia horticola: puparium in the mine Chromatomyia horticola: larva

pua in pupal chamber, larva

Papaver rhoeas, Diemen

Chromatomyia horticola mine

Papaver rhoeas, Diemen

mijn Bovenzijdige, minder vaak onderzijdige, gangmijn. Frass in geïsoleerde korreltjes. Het puparium wordt in de mijn gevormd, meestal aan de onderzijde in een poppenwieg. De voorspiracula van het puparium steken als bruine haakjes door de epidermis naar buiten.

mine Upper-surface, less often lower-surface corridor. Frass in isolated grains. Pupation within the mine, in a, usually lower-surface, pupal chamber. The front spiracula penetrate the plant epidermis as a pair of tiny hooks.

waardplanten Zeer polyfaag. Vooral in Centraal Europa een ernstige plaag op erwten en sierplanten (Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a).

hostplants Strongly polyphagous. Especially in Central Europe a serious pest on peas and ornamental plants (Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a).

fenologie In 2-6 generaties per jaar (Hering, 1957a).

phenology In 2-6 generations per year (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Beuk, 2002a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (Beuk, 2002a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Entire Europe (Fauna Europaea, 2007).

larve Beschreven door Dempewolf (2001a); achterspiraculum met 6-9 papillen.

larva Described by Dempewolf (2001a); rear spiraculum with 6-9 papillae.

synoniemen Phytomyza atricornis Meigen (ten dele); Phytomyza horticola; Ph. bidensivora Séguy, 1951; Ph. cucumis Macquart, 1854; Ph. fediae Kaltenbach, 1860; Ph. lactucae Vimmer, 1928; Ph. linariae Kaltenbach, 1862; Ph. meliloti Brischke, 1882; Ph. nainiensis Garg, 1971; Ph. pisi Kaltenbach, 1864; Ph. subaffinis Malloch, 1914; Ph. tropaeoli Dufour, 1857.

synonyms Phytomyza atricornis Meigen (ten dele); Phytomyza horticola; Ph. bidensivora Séguy, 1951; Ph. cucumis Macquart, 1854; Ph. fediae Kaltenbach, 1860; Ph. lactucae Vimmer, 1928; Ph. linariae Kaltenbach, 1862; Ph. meliloti Brischke, 1882; Ph. nainiensis Garg, 1971; Ph. pisi Kaltenbach, 1864; Ph. subaffinis Malloch, 1914; Ph. tropaeoli Dufour, 1857.

opmerkingen Tot in het midden van de zestiger jaren gold Phytomyza atricornis Meigen als een van de talrijkste en meest polyphage agromyziden. De revisie door Griffiths (1967a) maakte echter duidelijk dat onder deze naam twee soorten schuilgaan: Chromatomyia syngenesiae (Hardy) en Ch. horticola (Goureau). Het verschil is alleen te zien aan de inwendige structuur van de mannelijke genitaliën; voor wijfjes, larven en mijnen zijn nog geen bruikbare verschilkenmerken gevonden. Ongelukkigerwijze zijn zowel syngensiae als horticola talrijk en polyphaag, al geldt in het algemeen dat syngenesiae vrijwel uitsluitend voorkomt op Asteraceae. C. horticola komt op tenminste 24 plantenfamilies voor, met een voorkeur voor Asteraceae, Brassicaceae en Fabaceae. Beide soorten zijn uitgesproken cultuurvolgers, die het meest optreden in stedelijke omgeving.

Voor de praktijk van het determineren van mijnenmateriaal kiezen sommigen ervoor om de oude, collectieve, naam atricornis te gebruiken voor beide soorten. Iets precieser is om waarnemingen van Asteraceae als cf. syngenesiae te benoemen, en waarnemingen van niet-Astereaceae horticola.

notes Until the middle of the sixties Phytomyza atricornis Meigen was considered one of the most common and polyphagous Agromyzidae. However, a revision by Griffiths (1967a) made it clear that by that name two closely related species are covered: Chromatomyia syngenesiae (Hardy) en Ch. horticola (Goureau). The difference is visible only in interior details of the male genitalia: neither the females nor pre-imaginal stages can be idenitified with certainty. Unfortunately, both species are common and polyphagous. There is some difference in foodplant preference. Ch. syngenesiae lives almost exclusively on Asteraceae, while horticola has been found on at least 24 families of flowering plants, with a marked preference for Asteraceae, Brassicaceae and Fabaceae. Both species share a clear preference for human-dominated, disturbed habitats, and are found most frequently in urban situations.

For the practical identification of mine material some choose to use the old, collective, name atricornis for both species. A somewhat more precise approach is to identify material from Asteraceae as cf. syngensiae, and material from non-Asteraceae as horticola.

literatuur

references

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a, 1933a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1979a, 1989a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beri (1971e), Beuk (2002a), Bland (1994b), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1964a), Černý (2001a, 2004a, 2007a, 2011a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2001a, 2004a), Drăghia (1967a, 1972a, 1974a), Edmunds (2013a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gil-Ortiz, Falcó-Garí, Oltra-Moscardó, Martinez, Moreno-Marí & Jiménez-Peydró (2009a), Griffiths (1967a, 1972b, 1974c, 1976c), Haase (1942a), Hering (1927a, 1932g, 1957a, 1960a, 1967a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), Michalska (1976a, 2003a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1990a, 1996b, 2000a), Robbins (1991a), Sasakawa (1997b), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a) Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Šefrová (2015a), Séguy (1950a), Skala (1951a), Spencer (1971a, 1972a,b, 1973c, 1974a, 1976a,b), Stammer (2016a), Starý (1930a), Stolnicu (2007a), Süss (1982a), Süss & Moreschi (2003a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Ureche (2010a), Vála & Rohacek (1983a), Zlobin (1986b).

28/04/2017