Chromatomyia isicae (Hering, 1962)

Diptera, Agromyzidae

mijn Zeer brede, tegelijkertijd zeer kronkelige gang, die vaak een incomplet secundaire blaas vormt. Verpopping buiten de mijn; boogsnede in bovenepidermis.

mine Very broad, at the same time quite tortuous corridor, often forming an incomplete secondary blotch. Frass in widely scattered grains, sometimes a few lumps. Pupation outside the mine; exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Caprifoliaceae, nauw monofaag

hostplants: Caprifoliaceae, narrowly monophagous

Lonicera caerulea.

fenologie Larven waargenomen in midden augustus.

phenology Larvae observed in mid-August.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Litauwen, Tsjechië, Zwitserland, Oostenrijk, Rusland.

distribution within Europe Germany, Lithuania, Czechia, Switzerland, Austria, Russia.

larve Bovenste achterwaartse arm van het kopsskelet bestaat uit twee, achteraan samenhangende spangen, doet daardoor sterk aan een agromyzine denken. Achterspiraculum met 15 papillen.

larva Upper rear arm of the cephalic skeleton consists of two ribs, fused at he end; this situation reminds of the Agromyzinae. Rear spiraculum with 15 papillae.

opmerkingen De type-localiteit ligt op een hoogte van 1600 m.

notes The type locality has an altitude of 1600 m.

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Černý (2001a, 2011a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý & Vála (1996a), Černý, Vála & Barták (2001a), Hering (1962a), Pakalniškis (1994a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014