Chromatomyia lonicerae (Robineau-Desvoidy, 1851)

Diptera, Agromyzidae

Lonicera periclymenum, Boswachterij Westerschouwen

18155

Lonicera periclymenum, Boswachterij Westerschouwen

Lonicera periclymenum, Duin- en Kruidberg

8251

Lonicera periclymenum, Duin- en Kruidberg

Lonicera periclymenum, Amsterdamsche Bosch, puparium in de mijn.

Chromatomyia lonicerae puparium

Lonicera periclymenum, Amsterdamsche Bosch, puparium in the mine

mijn De mijn begint met een paar lastig zichtbare onderzijdige gangen die vanuit één punt uitstralen. Dit centrum is niet geassociëerd met de hoofdnerf. Vervolgens ontstaan vanuit dit centrum een aantal (zelden slechts één!) bovenzijdige, vrij lange en vaak vertakte, gangen. Frass veelal eenzijdig, in parelsnoertjes. Verpopping in mijn; de voorspiracula van het puparium prikken door de epidermis naar buiten.

mine The mine begins with a few lower-surface corridors, radiating from one centre that is not associated with the midrib; the corridors are very shallow and not easy to observe. Subsequently some (rarely only one) upper-surface, rather long and often branched corridors are formed from the same centre. Frass mostly at one side, in pearl chains. Pupation within the mine; the front spiracula of the puparium penetrate the plant epidermis.

waardplanten: Caprifoliaceae, oligofaag

hostplants: Caprifoliaceae, oligophagous

Lonicera alpigena, caprifolia, nigra, periclymenum, tatarica, xylosteum; Symphoricarpos albus.

fenologie Larven zijn gevonden van mei tot october, een aantal overlappende generaties; gewoon.

phenology Larvae found from May to October, in several overlapping generations; common.

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (Weyenberg, 1870a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (Weyenberg, 1870a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot Polen (Fauna Europaea, 2007); ook Corsica (Buhr, 1941b).

distribution within Europe From Scandinavia to the Pyrenees and Italy, and from Ireland to Poland (Fauna Europaea, 2007); also Corsica (Buhr, 1941b).

synoniemen Phytomyza lonicerae; Phytomyza harlemensis Weyenbergh, 1870; Phytagromyza sonderupiana Rydén, 1958; Ph. soenderupiana (misspelling); Phytomyza xylostei (Kaltenbach, 1862). Zie Griffiths (1974a) of Spencer (1976a) voor de ingewikkelde synonymie van deze soort.

synonyms Phytomyza lonicerae; Phytomyza harlemensis Weyenbergh, 1870; Phytagromyza sonderupiana Rydén, 1958; Ph. soenderupiana (misspelling); Phytomyza xylostei (Kaltenbach, 1862). See Griffiths (1974a) or Spencer (1976a) for the complicated synonymy of this species.

opmerkingen Sasakawa (1961a) geeft afbeeldingen van larven en een mijn uit Japan, maar de vorm van de mijn is zo afwijkend dat het onzeker lijkt of het om dezelfde soort gaat.

notes Sasakawa (1961a) presents illustrations of larva and mine of this species from Japan, but the picture of the mine is so different that it seems doubtful whether the same species is involved.

literatuur

references

Beuk (2002a), Bland (1977a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý & Vála (1996a, 1999a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), Griffiths (1974a), Haase (1942a), Hering (1924a, 1926b, 1951b, 1955b), Huber (1969a), Katô (1984a, 1985a), Kollár & Hrubík (2009a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1937a, 1949a), Michalska (1976a, 2003a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1982b), Robbins (1991a), Sasakawa (1961a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Süss (1992a), Trägårdh (1909a), von Tschirnhaus (1999a), Weijenberg-jr (1870a), Zoerner (1969a, 1970a).

31/03/2017