(Kaltenbach, 1864)

Diptera, Agromyzidae

Holcus lanatus, Diemen

mine

Holcus lanatus, Diemen

voorspiracula steken de epidermis; rechts de verankering van het puparium in de mijn (van boven gezien)

ant. spir anchor

penetrating front spiracula; right the anchoring of the puparium in the mine (seen from above)

mijn Langgerekt ondiepe boven- of onderzijdige blaas, niet zelden verscheidene in een blad. Frass in sliertjes of parelsnoertjes. Verpopping in de mijn. De voorspiracula van het puparium zijn gaffelvormig en steken door de epidermis van het blad naar buiten (© linksonder). De achterspiracula zijn dolkachtig verlengd en gekromd, en verankeren het puparium in het bladparenchym.

mine Elongated, shallow, upper-surface of lower-surface blotch, not infrequently several in one leaf. Frass in strings or pearl chains. Pupation within the mine. Th bifid front spiracula of the puparium penetrate the epidermis; the rear spiracula are dagger-shaped, elongated and curved, and are anchored in the leaf tissue.

waardplanten: Poaceae, breed oligofaag

hostplants: Poaceae, widely oligophagous

Agrostis; Avena; Brachypodiumm sylvaticum; Catabrosa aquatica; Dactylis glomerata; Festuca; Hierochloe odorata; Holcus lanatus, mollis; Hordeum; Lolium; Milium effusum; Ochlopoa annua; Poa compressa, palustris, pratensis, trivialis.

Milium is de voornaamste waardplant.

Milium is the main hostplant.

fenologie Larven van mei tot september (Hering, 1957a).

phenology Larae from May to September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenoen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië en Ijsland tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Wit-Rusland en Slowakijë; ook Thracië (Fauna Europaea, 2007); Turkijë (Civelek, Deeming & Önder, 2000a); Japan (Sasakawa, 2005a).

distribution within Europe From Scandinavia and Iceland to the Iberian Peninsula and Italy, and from Ireland to Belarus and Slovakia; also Thrace (Fauna Europaea, 2007); Turkey (Civelek, Deeming & Önder 2000a); Japan (Sasakawa, 2005a).

synoniemen Phytomyza milii; Ph. jacobaeae de Meijere, 1924; Ph. intermedia Spencer, 1957.

synonyms Phytomyza milii; Ph. jacobaeae de Meijere, 1924; Ph. intermedia Spencer, 1957.

opmerkingen Beuk (2002a) neemt ten onrechte ook een Liriomyza jacobaeae (de Meijere, 1924a) op in de Nederlandse naamlijst.

Sterke voorkeur voor planten in de schaduw (Rotheray, 1987a).

notes Beuk (2002a) erroneously refers to a Liriomyza jacobaeae (de Meijere, 1924a) in the Dutch checklist.

Strong preference for hostplants in shadowed situations (Rotheray, 1987a).

literatuur

references

Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a), Beuk (2002a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Buhr (1932a), Černý (2007a, 2011a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a, 1964a, 1980a), Hering (1924b, 1955b, 1057a), Huber (1969a), Kabos (1971a), de Meijere (1895a, 1924a, 1939a), Michalska (1972a, 1976a), Pakalniškis (1986a, 1994a, 1998a), Robbins (1991a), Rotheray (1987a), Sasakawa (2005a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a, 1996a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Sønderup (1949a), Spencer (1967a, 1972a,b, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1982a, 1999a), Vála & Rohacek (1983a), Withers (2007a).

28/04/2017