Chromatomyia ramosa (Hendel, 1923)

Diptera, Agromyzidae

Succisa pratensis, België, prov. Namen, Viroinval, Matange-la-Grande, lieu-dit Champ du Tir © Stéphane Claerebout

Chromatomyia ramosa: vacated mine on Succisa pratensis

Succisa pratensis, Belgium, prov. Namur, Viroinval, Matange-la-Grande, lieu-dit Champ du Tir © Stéphane Claerebout

detail

Chromatomyia ramosa: vacated mine, detail

detail

Dipsacus pilosus, Nieuwendam

ramosa

Dipsacus pilosus, Nieuwendam

mijn De larve mineert essentieel in de hoofdnerf, maar maakt van daar uit nauwe gangen in de bladschijf. Uiteindelijk kan ook een gang bovenop de hoofdnerf worden gemaakt. De meeste frass wordt afgezet binnenin de hoofdnerf, in mindere mate in de zijgangen waar deze de hoofdnerf verlaten (Hering, 1957a, 1967a). Volgens Spencer (1976a) zijn die gangen kort bij Dipsacus, maar langer bij Knautia en Succisa. Het puparium wordt gevormd in de mijn, meestal in het basale deel van de hoofdnerf-mijn, onmiddellijk onder de bovenepidermis.

mine The larvae essentially is a borer in the midrib, but makes from there narrow corridors into the blade. In the end also a corridor can be made on top of the midrib. Most frass is deposited within the midrib, to a lesser extent also in the corridors, at the point where they leave the midrib (Hering, 1957a, 1967a). According to Spencer (1976a) the corridors are short in Dipsacus, but longer in Knautia and Succisa. Pupation in the mine, generally in the basal part of the tunnel in the midrib, just below the upper epidermis.

waardplanten: Caprifoliaceae, oligofaag

hostplants: Caprifoliaceae, oligophagous

Dipsacus pilosus; Knautia arvensis, dipsacifolia, sylvatica; Scabiosa bladnikiana (balcanica?), columbaria; Succcisa pratensis.

fenologie Larven in mei-augustus en, overwinterend, october-april (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-Agust, and, hibernating, in October-April (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen in 2014 door Stéphane Claerebout, foto's hierboven.

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded by Stéphane Claerebout, pictures above.

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Engeland tot tot Wit-Rusland en Slowakijë (Fauna Europaea, 2007); ook Bulgarijë (Beiger, 1980a).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from the UK to Belarus and Slovakia (Fauna Europaea, 2007); also Bulgaria (Beiger, 1980a).

larve De larve wordt beschreven door de Meijere (1926a, 1928a), aan de hand van materiaal uit Valkenburg.

larva The larva is described by de Meijere (1926a, 1928a), based on material from the Dutch locality Valkenburg.

synoniemen Phytomyza ramosa; Phytomyza olgae Hering, 1925; Phytomyza nigriventris Hendel, 1935. Een tijdlang werd aangenomen dat ramosa een jonger synoniem was van Phytomyza nigritella Zetterstedt, 1848, maar dat is rechtgezet door Spencer (1976a).

synonyms Phytomyza ramosa; Phytomyza olgae Hering, 1925; Phytomyza nigriventris Hendel, 1935. For some time it was assumed that ramosa was a junior synomym of Phytomyza nigritella Zetterstedt, 1848, but this was corrected by Spencer (1976a).

literatuur

references

Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1960a, 1970a, 1980a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1964a), Černý (2007a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1996a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1962a), Hering (1925b, 1937a, 1957a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1924a, 1926a, 1928a, 1939a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1998a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a. 1972b, 1976a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

22/10/2014