Ctenosciara hyalipennis (Meigen, 1804)

Diptera, Sciaridae

mijn Kleine, voldiepe mijn, soms sterk vertakt en gangachtig, een ander keer meer blazig. Meestal verscheidene mijnen in een blad. Een larve maakt verscheidene mijnen. Verpopping extern.

mine Small, full-depth mine, sometimes strongly branched and corridor-like, more blotchy at other occasions. As a rule a number of mines in a leaf. A larva makes several mines. Pupation external.

waardplanten: Zeer polyfaag

hostplants: Very polyphagous

Ranunculus.

Hoewel Hering de soort zeer polyfaag noemt, wordt hij alleen in samenhang met boterbloem besproken.

Although Hering describes the speies as very polyphagous, it is discussed and keyed out only in connection with Buttercup.

fenologie Larven van september tot november (Hering, 1957a).

phenology Larvae from September to November (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991e).

NE waargenomen (Menzel 2002a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Gosseries, 1991e).

NE recorded (Menzel 2002a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën, Italië en Albanië, en van Ierland tot Bulgarijë (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees, Italy, and Albania, and from Ireland to Bulgaria (Fauna Europaea, 2010).

larve Slank, wittig-hyalien, pootloos, met gechitiniseerde kop.

larva Slender, whitish-hyaline, without feet, head well-chitinised.

synoniemen Leptosciara annulata (Meigen, 1813), L.autumnata (Winnerz, 1867).

synonyms Leptosciara annulata (Meigen, 1813), L.autumnata (Winnerz, 1867).

literatuur

references

Gosseries (1991a), Hering (1957a), Menzel (2002a), Robbins (1991a).

11/07/2010