Euleia heraclei (Linnaeus, 1758)

Diptera, Tephritidae

Levisticum officinale, Amsterdam

8205

Levisticum officinale, Amsterdam

mijn Een grote blaasmijn, geel of bruin, voorafgegaan door een kort, later meestal nauwelijks nog herkenbaar gangetje, meestal met verscheidene larven. Vooral bij verse mijnen zijn de groene primaire en secundaire vraatlijnen duidelijk. Verpopping buiten de mijn. Hering waarschuwt dat de mijnen en puparia niet te onderscheiden zijn van die van de zeldzame Euleia rotundiventris.

mine A large blotch, yellow or brown, preceded by a short corridor that in the end mostly is completely overrun. Generally several larvae share a mine. Especially in fresh mines the green primary and secondary feeding lines are well visible. Pupation outside the mine. Hering warns that the mines cannot be separated from those of the rare Euleia rotundiventris.

waardplanten: Apiaceae, breed oligofaag

hostplants: Apiaceae, widely oligophagous

Aegopodium podagraria; Ammi; Angelica archangelica, sylvestris, ursina; Anthriscus sylvestris; Apium graveolens; Berula erecta; Bupleurum; Cicuta virosa; Conioselinum; Conium maculatum; Coriandrum sativum; Falcaria vulgaris; Helosciadium nodiflorum; Heracleum mantegazzianum, pubescens, sphondylium & subsp. elegans + sibiricum + transsilvanicum + verticillatum; Laserpitium; Levisticum officinale; Ligusticum mutellina, scoticum; Molopospermum peloponnesiacum; Oenanthe crocata; Pastinaca sativa; Petroselinum crispum; Peucedanum carvifolia, cervaria, ostruthium; Pimpinella major, saxifraga; Pleurospermum austriacum; Seseli libanotis; Sium latifolium, sisarum; Smyrnium olusatrum; Thapsia villosa; Torilis arvensis subsp. neglecta.

selderijvlieg

Mijnen zijn ook gevonden op Eryngium, maar de larven sterven daar voortijdig. Een vermelding van Ruta (Hering, 1957a) betreft waarschijnlijk xenofagie.

celery fly

Mines have also been found on Eryngium, but there the larvae die prematurely. A reference Ruta (Hering, 1957a) probably concerns xenophagy.

fenologie Larven van juni tot october (Hering, 1957a).

phenology Larvae from June to ctober (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Baugnée, 2009a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a); gewone soort.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

BE recorded (Baugnée, 2009a).

NE recorded (de Meijere, 1939a); common species.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Vrijwel geheel Europa (Fauna Europaea, 2007).

distribution within Europe Almost entire Europe (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen Philophylla heraclei.

synonyms Philophylla heraclei.

literatuur

references

van Aartsen & Smit (2002a), Ahr (1966a), Baugnée (2006a, 2009a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Bland (1994b), Buhr (1933a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Haase (1942a), Hansen, Hattendorf, Wittenberg, Reznik, Nielsen, Ravn & Nentwig (2006a) Heraceum sphondylium, Hering (1927a, 1936b, 1937b, 1957a, 1962a, 1964a, 1967a), Homan (2012b), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Leclercq & De Bruyn (1991a), Maček (1999a), de Meijere (1895a, 1939a), Merz (1999a), Merz & Kofler (2008a), Michalska (1970a, 1976a), Niblett (1956a), Nowakowski (1954a), Pakalniškis (1983a), Pakalniškis ao (200a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Smit (2010a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), White (1988a).

23/09/2016