Horidiplosis ficifolii Harris, 2003

Diptera, Cecidomyiidae

mijn kleine, onregelmatige blaasmijntjes, meestal een aantal per blad. Jonge mijnen zijn bleekgroen, maar ze worden spoedig bruinzwart. De solitaire larve verlaat de mijn voor de verpopping via een goed zichtbaar bovenzijdig gaatje.

mine small, irregular blotch mines, usually several in a leaf. Young mines are pale green, but soon they turn brownish black. The solitary larva leaves the mine for pupation; the round, upper-surface exit opening is conspicuous.

waardplanten: Moraceae, oligofaag

hostplants: Moraceae, oligophagous

Ficus benjamina, microcarpa.

BENELUX

BE te verwachten.

NE waargenomen (Harris & de Goffau, 2003a).

LUX te verwachten.

BENELUX

BE to be expected.

NE observed (Harris & de Goffau, 2003a).

LUX to be expected.

verspreiding binnen Europa In Nederland, Denemarken, Engeland en Tsechië waargenomen op uit China en Taiwan geïmporteerd plantmateriaal. Op Sicilië in parken gevonden.

distribution within Europe Observed in the Netherlands, Denmark, the UK and Czechia on plant material that was imported from China and Taiwan. In Sicily found in a park situation.

larve jonge larven zijn wittig, volgroeid zijn ze oranjerood tot rose-oranje.

larva young larvae are whitish; full grown they are orange red to orange-rose.

literatuur

references

Beránek & Šafránkováj (2010a), Harris & de Goffau (2003a), Roskam & Carbonelle (2015a), Skuhravá, Skuhravý & Massa (2007a).

27/07/2015