Hydrellia albifrons (Fallén, 1813)

Diptera, Agromyzidae

mijn Brede, bovenzijdige gangmijnen, soms bijna blazig. De larve kan een mijn verlaten en elder herbeginnen. Frass is nauwelijks zichtbaar. Verpopping in de mijn (Hering, 1925b).

mine Broad upper suface corridors, sometimes almost a blotch. The larva can leave its mine and restart elsewehere. Frass hardly discernable. Pupation witihn the mine.

waardplanten: Hydrocharitaceae, monofaag

hostplants: Hydrocharitaceae, monophagous

Hydrocharis morsus-ranae.

In de botanische tuin van Berlijn ook gevonden op de niet-Europese Potamogeton drucei.

In the botanical garden of Berlin also found on the extra-European Potamogeton drucei.

fenologie Mijnen gevonden in agustus (Hering, 1925b).

phenology Mines found in August (Hering, 1925b).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van England tot Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from the UK to Hungary (Fauna Europaea, 2008).

larve Groen.

larva Green.

synoniemen Hydrellia hydrocharitis Hering, 1925; H. xenophaga Hering, 1950.

synonyms Hydrellia hydrocharitis Hering, 1925; H. xenophaga Hering, 1950.

literatuur

references

Buhr (1933a), Hering (1925b, 1950a, 1957a), Huber (1969a), Sønderup (1949a), Zatwarnicki (1988a).

21/03/2011