genus Liriomyza

Diptera, Agromyzidae

Liriomyza-larven zijn vaak geel, hebben vaak achterspiracula met drie, relatief grote papillen, en hebben vaak de frass in sliertjes. De voorste tand van de mandibel is vaak aanzienljk groter dan de proximale. Elk van deze kenmerken komt ook bij andere agromyziden-geslachten voor, maar in combinatie vormen ze toch een goede aanwijzing.

Liriomyza often are yellow, often their rear spiraculum has 3, relatively large, paillae, often their frass is in strings, and the anterior tooth of the mandible tends to be larger than the proximal one. Each of these characters may occur in other genera of Agromyzudae, but in combination they give a fair first suggestion.

09/04/2017