Liriomyza approximata (Hendel, 1920)

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige blaasmijn. De larve verlaat voor de verpopping de mijn via een boogsnede in de bovenepidermis. Hering (1924b) geeft een afbeelding.

mine Upper-surface blotch. Pupation outside the mine. Exit slit in upper epidermis. Hering (1924b) gives an illustration.

waardplanten: Thymelaeaceae, monofaag

hostplants: Thymelaeaceae, monophagous

Daphne mezereum.

fenologie Mijnen in juni-juli (Hering, 1957a).

phenology Mines in June - July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend van de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2007).

BENELUX

Not known from the Benelux-countries (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa Finland, Duitsland, Polen, Oostenrijk, Italië (Fauna Europaea, 2007); ook Hongarije, Zwitserland, Bulgarijë, Slovenië.

distribution within Europe Finland, Germany, Poland, Austria, Italy (Fauna Europaea, 2007); also Hungary, Switzerland, Bulgaria and Slovenia.

larve Mandibel met 2 tanden; niet alleen voorspiraculum, maar ook achterspiraculum met een groot aantal kleine papillen (de Meijere, 1925a).

larva Mandible with 2 teeth; both front and rear spiraculum with a large number of minute papillae.

synoniemen Dizygomyza, Phytobia, Praspedomyza approximata.

synonyms Dizygomyza, Phytobia, Praspedomyza approximata.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1965a, 1979a, 1980a), Buhr (1964a), Černý & Merz (2007a), Hering (1924b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), de Meijere (1925a), Michalska (1976a), Papp (2009a), Skala (1936a), Spencer (1976a), Starke (1942a), Süss (1992a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1969a)

10/01/2017