Liriomyza asteris Hering, 1928

Diptera, Agromyzidae

mijn Gangmijn van begin tot eind. Het begin is onderzijdig, zeer ondiep, vaak lang, meermalen vertakt of stervormig; later wordt de mijn bovenzijdig. Frass voor het grootste deel in parelnsoertjes. Verpopping extern, boogsnede in boven-epidermis.

mine Corridor from start to end. The mine begins lower-surface, very shallow, often long, branching several times or stellate; later the mine becomes upper-surface. Most frass in pearl chains. Pupation external, exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Aster amellus.

Buhr (1932a) noemt, met enige aarzeling, nog Aster novae-angliae, nu Symphyotrichum novae-angliae. Omdat geen van de genoemde soorten spontaan in Spanje voorkomt leeft de soort daar vermoedelijk op nog een andere Aster.

Buhr (1932a), with some hesitation, adds A. novae-angliae, now Symphyotrichum novae-angliae. Because neither species mentioned is spontaneously growing in Spain, there probably a third Aster species is involded.

fenologie Larven in juni en augsutus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in June and August (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Duitsland, Tsjechië, Hongarijë, Spanje (Surányi 1942a; Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Germay, Czechia, Hungary, Spain (Surányi 1942a; Fauna Europaea, 2009).

larve Geel. De beschrijving van de larve door Beri (1971d), afkomstig van Phlomis sp. moet worden genegeerd.

larva Yellow. The description of the larva by Beri (1971d), taken from Phlomis sp., should be disregarded.

literatuur

references

Beri (1971d), Buhr (1932a), Černý & Vála (1999a), Hering (1928a, 1957a), Skala & Zavřel (1945a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a).

24/01/2017