Liriomyza cepae (Hering, 1927)

Diptera, Agromyzidae

mijn De mijn begint meestal als een fijne gang van sterk variable lengte. Later gaat de larve leven binnenin de buisvormige bladeren. Frass tenminste deels in groene draadstukjes, de gang breed vullend. Het puparium wordt buiten de mijn gevormd.

mine Generally the mine begins as a fine corridor of variable length. Later the larva lives within the tubular leaves. Frass, at least partly, in green thread fragments. Pupation outside the mine.

waardplanten: Alliaceae, monofaag

hostplants: Alliaceae, monophagous

Allium cepa, fistulosum, victorialis.

Schadelijk op prei en ui (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

A pest on leek and onions (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a).

fenologie Larven in juli-augustus (Hering, 1957a, 1962a), juni en augustus (van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1982a).

phenology Larvae in July-August (Hering, 1957a, 1962a), June and August (van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1982a).

BENELUX

BE waargenomen (De Clercq & D'herde, 1969a).

NE waargenomen; de uienmineervlieg is niet algemeen in Nederland, al kan de soort in hete zomers op uienpercelen grote dichtheden bereiken (van Frankenhuyzen, 1977a; van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1982a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE recorded (De Clercq & D'herde, 1969a).

NE recorded: uncommon in the country, but the species can reach high densities in onion fields during hot summers (van Frankenhuyzen, 1977a; van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos, 1982a).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Polen tot het Iberisch Schiereiland; ook in Thracië; niet op de Britse Eilanden (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia tot the Iberian Peninsula; also in Thrace; not in the British Isles (Fauna Europaea, 2008).

puparium Geel (Hering, 1957a) tot roodbruin (Spencer, 1973b).

puparium Yellow (Hering, 1957a) to reddish brown (Spencer, 1973b).

synoniemen Amauromyza, Dizygomyza, Phytobia cepae.

synonyms Amauromyza, Dizygomyza, Phytobia cepae.

opmerkingen Door Spencer (1973b) is van cepae een tweede soort, L. nietzkei afgesplitst. Een beschrijving van de larve van cepae door Sasakawa (1961a) heeft betrekking op een derde nauwverwante soort, L. chinensis (Kato, 1949) (Dempewolf, 2004a). L. nietzkei is met zekerheid bekend van Duitsland, Frankrijk en Italië, en chinensis is gevonden in Zuid-Frankrijk, maar mogelijkerwijze zijn beide veel wijder verspreid - van nature of door menselijk transport. De naam L. cepae in de oudere literatuur kan dus verschillende soorten aanduiden.

notes Spencer (1973b) has split off another species, L. nietzkei, from cepae. Moreover, a description of cepae by Sasakawa (1961a) turned out to refer to a third species, L. chinensis (Kato, 1949) (Dempewolf, 2004a). L. nietzkei is known with ceertainty from Germany, France, and Italy, and chinensis has been found in southern France, but probably they are distributed wider - either naturally or through human transport. The name cepae in the older literature may obviously refer to different species.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1970a, 1989a), Benavent ao (2004a), Beuk (2002a), Černý, Vála & Barták (2001a), De Clercq & D'herde (1969a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2004), Diškus & Stonis (2012a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Hering (1957a,b, 1962a, 1967a), van Frankenhuyzen (1977a), Maček (1999a), de Meijere (1928a), Nietzke (1953a), Sasakawa (1961a), Spencer (1973b), Süss (1974), von Tschirnhaus (1999a).

13/01/2017