Liriomyza dracunculi Hering, 1932

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige, maar bijna voldiepe korte gekronkelde gang in de top van een bladslip. Frass in slierten. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

mine Upper-surface, but almost full depth short, tortuous corridor in the tip of a leaf segment.< Frass in strings. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Artemisia absinthium, campestris.

fenologie Larven in mei en juli (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May and July (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot Tsjechië, en van Duitsland tot de Baltische Staten Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

distribution within Europe From Scandinavia to Czechia, and from Germany to the Baltic States (Fauna Europaea, 2008); also Slovenia (Maček, 1999a).

synoniemen Liriomyza furva Spencer, 1976.

synonyms Liriomyza furva Spencer, 1976.

literatuur

references

Ahr (1966a), Beiger (1965a), Buhr (1932a, 1964a), Černý (2011a), Černý & Merz (2005a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Civelek ao (2007a), Hering (1931f, 1936c, 1955a, 1957a), Maček (1999a), Michalska (2003a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a), Zoerner (1970a).

22/10/2014