Liriomyza eupatorii (Kaltenbach, 1873)

Diptera, Agromyzidae

Eupatorium cannabinum, Bergen NH

Liriomyza eupatorii: mine on Eupatorium cannabinum

Eupatorium cannabinum, Bergen NH

Eupatorium cannabinum, Bergsche Heide

Liriomyza eupatorii: mine on Eupatorium cannabinum

Eupatorium cannabinum, Bergsche Heide

Galeopsis tetrahit, België, prov. Namen, Olloy-sur-Viroin © Stéphane Claerebout

Liriomyza eupatorii: mine on Galeopsis tetrahit

Galeopsis tetrahit, Belgium, prov. Namur, Olloy-sur-Viroin © Stéphane Claerebout

mijn Bovenzijdige gangmijn. Het begin is gewonden in een dichte, later bruingekleurde spiraal; deze gaat over in een lange meestal onvertakte gang van bijne constante breedte. Frass in lange dikke slieren. Wanneer de mijn aan de bladrand begint kan de beginspiraal ontbreken; de dikke frassstrengen zijn dan toch nog kenmerkend genoeg. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een onderzijdig boogvormig sneetje in de epidermis.

mine Upper-surface corridor. The first part is wound in a dense spiral that quickly turns brown. The spiral continues in a long, generally unbranched corridor that maintains almost the same width. Frass in long thick strings. When the mine is positioned near the leaf margin the spiral part may be missing; the thick frass strings then are sufficiently characteristic. Pupation outside the mine; exit slit in lower epidermis.

waardplanten: Asteraceae & Lamiaceae; nauw polypfaag

hostplants: Asteraceae & Lamiaceae; narrowly polyphagous

Aster; Euptorium aromaticum, cannabinum; Galeopsis angustifolia, pubescens, segetum, speciosa, tetrahit; Helianthus; Lapsana communis; Solidago virgaurea.

Aleen op Eupatorium en Galeopsis wordt de soort met (zeer grote) regelmaat gevonden. Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a, Litouwen) noemen de soort van Stachys arvensis.

A very common species, mostly found on Eupatorium and Galeopsis, Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a, Litouwen) report the species from Stachys arvensis.

fenologie Larven in mei-juni en juli-augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June and July-August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach, Hobscheid, Dudelange).

BENELUX

BE recorded (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE recorded (de Meijere, 1924a).

LUX recorded (Ellis: Kautenbach, Hobscheid, Dudelange).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Ierland tot Estland, Polen en Hongarijë (Fauna Europaea, 2008).

distribution within Europe From Scandinavia to the Iberian Peninsula and Italy, and from Ireland to Estonia, Poland and Hungary (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen Liriomyza fasciola eupatorii; Liriomyza orbitella Hendel, 1931.

synonyms Liriomyza fasciola eupatorii; Liriomyza orbitella Hendel, 1931.

literatuur

references

Beiger (1955a, 1960a, 1970a, 1979a), Beuk (2002a), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý (2001a), Černý, Barták & Roháček (2004a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Drăghia (1968a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1921a, 1955a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b,1990a), Robbins (1991a), Rydén (1926a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1995a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1954a,b, 1972a, 1976a), Starý (1930a), Süss (1979a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).

06/09/2016