Liriomyza graminivora Hering, 1949

Diptera, Agromyzidae

mijn Bovenzijdige gangmijn. Frass in sliertjes of dicht opeen liggende korrels, langs de wand van de gang. De mijn zou van de top naar de bladbasis afdalen. Puparium buiten de mijn gevormd.

mine Upper-surface corridor. Frass in strings or closely packed grains, along the sides of the corridor. The mine is said to descend from the leaf tip to the base. Pupation outside the mine.

waardplanten: Poaceae, oligofaag

hostplants: Poaceae, oligophagous

Arrhenatherum elatius; Festuca ovina; Hordeum murinum; Ochlopoa annua; Poa compressa.

fenologie Larven in mei-juni en augustus-september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May-June and August-September (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot Litouwen en Slowakijë (Fauna Europaea, 2008); ook Spanje Černý & Merz (2007a).

distribution within Europe From Germany to Lithuania and Slovakia (Fauna Europaea, 2008); also Spain Černý & Merz (2007a).

opmerkingen De soort is door Robbins (1991a) gemeld uit Engeland. Waarschijnlijk is zijn determinatie niet juist, want het materiaal werd gevonden op een afwijkende waardplant (Arrhenatherum) en de waarneming past ook slecht in de tot nog toe bekende verspreiding van de soort.

notes The species has been recorded from the UK by Robbins (1991a). This is not very plausible. The material came from an aberrant hostplant (Arrhenatherum) and the record does not fit well in the geographical distribution, as far as presently known.

literatuur

references

Černý (2001a), Černý & Merz (2006a, 2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Gil Ortiz (2009a), Gil-Ortiz, Martinez & Jiménez-Peydró (2010a), Griffiths (1962a), Hering (1949b, 1954a, 1957a), Pakalniškis (1990a, 1998a), Robbins (1991a). von Tschirnhaus (1999a).

25/01/2017