Liriomyza hieracii (Kaltenbach, 1862)

Diptera, Agromyzidae

mijn Primaire bovenzijdige blaasmijn. Verpopping buiten de mijn.

mine Primary upper-surface blotch. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Hieracium laevigatum, lachenalii & subsp. cruentifolium, murorum, sparsum.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE Door Beuk (200a) als nederlands opgenomen op grond van een vermelding door Kabos (1971a) van blaasmijnen van Liriomyza heracii op onder meer Hieracium. Dat kan echter ook betrekking hebben gehad op L. hieraciivora Spencer. Zelf heb ik slechts één mijn in Nederland gevonden (H. laevigatum, Orvelte), en ook die gaf geen mogelijkheid om tussen beide soorten te kiezen.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2008).

NE Accepted by Beuk (2002a) on the basis of a reference by Kabos (1971a) of blotch mines of L. hieracii on, among other genera, Hieracium. However, this can also indicate L. hieraciivora Spencer. Personally I found this type of mine only once in the Netherlands (H. laevigatum, Orvelte), but it was not possible to associate it definitely with one of the two species.

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot de Pyreneeën en de Alpen, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008); ook Bulgarijë (Buhr, 1941b; Beiger, 1980a).

distribution within Europe From Scandinavia to the Pyrenees and the Alps, and from the UK to Poland (Fauna Europaea, 2008); also Bulgaria (Buhr, 1941b; Beiger, 1980a).

larve De larve wordt als L. hieracii beschreven door de Meijere (1925a), maar dat blijkt een mix te zijn van hieracii, sonchi en taraxaci. Alle soorten van deze groep schijnen ca. 8 papillen op het achterspiraculum te hebben.

larva De Meijere (1925a) described the larva of L. hieracii, but his material was a mix of hieracii, sonchi and taraxaci. All species of this group seem to have rear spiracula with ca. 8 papillae.

opmerkingen Rond deze soort heeft veel verwarring bestaan. De Meijere (1924a, 1925a) noemt hem als Nederlands, maar in zijn laatste naamlijst (1939a) synonymiseerde hij L. hieracii (Kaltenbach) met L. sonchi Hendel, en L. hieracii sensu de Meijere met L. taraxaci Hering. Hering (1957a) beschouwt de soort als een synonym van L. pusilla (Meigen). Pas Spencer (1971a) ontrafelt de knoop en vindt dat L. hieracii uitsluitend mineert op Hieracium.

notes Much confusion has surrounded this species. De Meijere (1924a, 1925a) considered it a Dutch species, but in his final checklist (1939a) he synonymized L. hieracii (Kaltenbach) with L. sonchi Hendel, and L. hieracii sensu de Meijere with L. taraxaci Hering. Hering (1957a) considerered the species a synonym of L. pusilla (Meigen). Finally Spencer (1971a) unraveled the knot and concluded that L. hieracii mines exclusively on Hieracium.

literatuur

references

Beiger (1980a), Beuk (2002a), Bland (2001a), Buhr (1941b), Černý (2011a), Černý & Merz (2007a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Hering (1957a), Kabos (1971a), de Meijere (1924a, 1925a, 1939a), Michna (1975a), Robbins (1991a), Sønderup (1949a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

25/01/2017